Toen ik deze blog begon schreef ik dit
artikel over mijn foto workflow. Ondanks dat het nog maar een paar jaar
geleden is lijkt het bij nalezen helaas toch al weer behoorlijk gedateerd.
Naast ‘voortschrijdend inzicht’ is er natuurlijk ook sprake
van meer ervaring en bovendien ben ik destijds nauwelijks op het hoe en waarom van
de verschillend keuzes ingegaan. Hoog tijd voor een vervolg dus!
Een van de tips waarmee ik destijds begon is het advies om
je eigen werkwijze niet complexer te maken dan waarvoor je zelf de benodigde discipline
op kan brengen en dat advies geldt nog altijd. Daarmee is hopelijk ook meteen helder
dat het niet mijn bedoeling is om anderen mijn workflow op te dringen. Misschien
zitten er wel handige “O ja” momenten tussen. Voor de zaken die ik wellicht net
iets handiger heb ingeregeld dan jezelf of zaken die je zelfs misschien zijn
ontgaan is dit artikel dus bedoeld. Gebruik het om je eigen workflow optimaal
af te stellen en blijf dat in de toekomst ook doen.
Workflow?
Wanneer fotografen het over hun
‘Workflow’ hebben kun ze volgens mij twee dingen bedoelen:
1. Hun werkwijze om vanaf de originele (RAW)
opname te komen tot het uiteindelijk optimale eindresultaat. Een foto die geschikt is voor het doel
waarvoor je hem gemaakt hebt: een klant, presentatie, boek, website, etc.
2. Of de werkwijze die nodig is om al je foto’s
in een beheerde omgeving onder te brengen zodat ze veilig zijn en gemakkelijk
weer terug gevonden kunnen worden. Vaak wordt dit ook wel de (Foto) DAM
Workflow genoemd en dit dekt inderdaad beter de lading dan alleen ‘Workflow’.
In dit artikel heb ik het over de tweede definitie van Workflow (DAM)
maar dat zal gezien de aard van deze blog geen verrassing zijnJ.
Zoals je in de afbeelding aan het begin van dit artikel kunt
zien registreer ik de eerste stappen van mijn workflow in een Excel sheet, deze
kan desgewenst hier
gedownload worden. De stappen die nog na stap 12 nodig zijn registreer ik overigens
niet in de sheet, dat doe ik binnen mijn DAM applicatie (momenteel Expression
Media) en daarover de volgende maand dus meer. Een tweede reden voor de
splitsing van dit artikel in twee delen is dat de handelingen in dit eerste
deel vaak aaneengesloten worden doorlopen. De handelingen in het tweede deel
zijn vaak (veel) meer gefragmenteerd en verspreid over de tijd. En ten slotte
is het vrij veel stof voor een enkel artikel…
In dit eerste deel van mijn workflow gebruik ik de volgende
applicaties:
·
Nikon ViewNX
·
Adobe Bridge
·
Adobe DNG converter
·
Microsoft Expression Media
·
Syncback van BrightSparks
Bij de beschrijving van de afzonderlijke stappen doorloop ik
de getoonde sheet van links naar rechts en heb ik de afzonderlijke applicaties
ieder een andere kleur meegegeven:
Kaart#
Geef je geheugenkaarten allemaal een uniek nummer en noteer deze in de
kolom wanneer je de kaart hebt gebruikt. Zo kun je eventuele problemen met een
kaart snel lokaliseren en passende maatregelen nemen.
1. Ingest
‘Ingest’ is de term voor het overbrengen van foto’s van camera (of geheugenkaart)
naar de computer. Daarvoor gebruik ik het gratis Nikon Transfer
(tegenwoordig is dit onderdeel van Nikon ViewNX) omdat ik toevallig met
Nikon fotografeer. Vanzelfsprekend leveren ook de andere merken
vergelijkbare programma’s. Belangrijk is dat het mogelijk is om in een
enkele handeling al je foto’s te voorzien van metagegevens die voor alle
foto’s dezelfde is zoals je naam, copyright e.d. Nog mooier is wanneer je
die van tevoren in een sjabloon kunt vastleggen. Leest evt. hier
een eerder artikel dat ik hierover schreef.
Marc Rochkind heeft zelfs speciaal ten behoeve van de ‘ingestion’ een specifieke
applicatie ontwikkeld; Image
Ingester Pro (IIP) hoewel die voornamelijk door professionals wordt
gebruikt. Echter is er sinds kort ook een laagdrempeliger uitvoering op de
markt; Ingestamatic. Binnenkort zal ik als vervolg op een eerder
artikel dat ik al eens schreef over het ingestion gebeuren hier nog
eens wat dieper in duiken. Klik hier
alvast voor een vergelijkingstabelletje van IIP en Ingestamatic.
Belangrijk bij het hele ingestion gebeuren is dat bij het overzetten van
je foto’s op je computer er geen fouten worden gemaakt waardoor je het
risico loop om opnames te verliezen of corrupt te raken. Je wilt er ook
van op aan kunnen waar de foto’s en op welke manier de foto’s op een
(vooraf) bepaalde plek terecht komen.
2. Hernoem de directory met nieuwe foto’s
Noteer de eerste opname en de laatste opname van het kaartje die je
zojuist over hebt gezet. Hierdoor zie je later snel of je een kaart hebt gemist
om over te zetten. Met name van belang wanneer je thuis bent gekomen met
meerdere volgeschoten kaarten.
In de sheet kun je bevestigen dat je de directory met nieuw binnengehaalde
foto’s hernoemd hebt maar in de kolom er naast tevens wat de nieuwe naam
is geworden. Dat is in mijn beleving handig om overzicht te houden en om in
de gaten te houden of je zaken mist.
3. Sorteren en deleten van ‘echte’
missers
Ikzelf gooi niet veel foto’s weg. Alleen volstrekt verkeerd belichte opnames
of zwaar bewogen foto’s komen daarvoor in aanmerking. Het is namelijk zo
dat je nooit weet of er nog weer eens een toepassing voor een eerst als
mislukt beschouwde foto. Denk daarbij maar eens aan de belichtingstrapjes
die je vroeger wellicht wel eens maakte met je analoge camera om verzekerd
te zijn van een goed belicht exemplaar. Na het scannen van deze negatieven
lenen ze zich tegenwoordig uitstekend om een HDR foto van te maken in bijvoorbeeld
Photoshop. Of soms staat er iets op de achtergrond van een ‘mislukte’ foto
dat later toch van waarde blijkt. Kortom, ik gooi niet veel weg maar
altijd wel iets. Dat doe ik overigens altijd op de computer en nooit in de
camera zelf hoewel ik toch wel vaak meteen al weet of een opname mislukt
is. Weggooien op de camera zelf kan namelijk corruptie van de kaart tot
gevolg hebben en daarom doe ik het altijd naderhand.
4. Foto’s hernoemen
Hoewel veel fotografen er voor kiezen om de foto’s volgens de door hen
bedachte naamconventie te hernoemen tijdens het ingestionproces (meteen
bij stap 1 dus), kies ik er toch voor om dat pas in deze fase te doen.
Pas nu (nadat in de vorige stap de mislukte foto’s zijn weggegooid) zullen
er namelijk geen ‘gaten’ ontstaan in de reeksen foto’s. Wanneer er een
keer ergens een foto in een reeks ‘mist’ dan is er vrijwel zeker ook iets
aan de hand. In zo’n geval zou ik een backup terug kunnen zetten of iets
dergelijks.
Over de nut en noodzaak van het hernoemen schreef eerder al (in februari
van dit jaar) dit
artikel. Ik realiseer me overigens dat mijn workflow een stuk
eenvoudiger zou kunnen door niets meer weg te gooien en dus ook de evident
mislukte opnames gewoon te behouden. Dan kunnen namelijk zowel deze stap als
de vorige stap komen te vervallen en kan het hernoemen volautomatisch
ingepast worden in stap 1. Hoewel het wellicht wat tijdswinst op zou
kunnen leveren geloof ik niet dat dit substantieel zal zijn. Zeker gezien de
tijd die ik hier in de praktijk mee kwijt ben en al helemaal vergeleken
met een aantal andere stappen in mijn workflow.
5. Backup
Nu de foto’s hun definitieve naam hebben en ze voorzien zijn van de
basis-meta-data is het tijd voor de eerste backup. Dit doe ik met het (ook
gratis!) Syncback van
BrightSparks, althans ik doe het met de eenvoudigste versie van Syncback
en die is gratis.
De belangrijkste keuze voor Syncback is dat er een validatie optie
in zit en ik ken geen enkel ander gratis backup programma (voor het
Windows platform in ieder geval) die dat heeft. Syncback kan dus na de
backup controleren (aan de hand van de unieke ‘hash’) of de backup gelijk
is aan het origineel!
Eerder schreef ik dit
en dit
artikel over backups binnen een foto workflow, doe er je voordeel mee.
6. Integriteitscontrole
Hiervoor gebruik ik Adobe Bridge. Dit is de meest toonaangevende foto
browser van dit moment en de manier waarop er wordt gewerkt met de
kleurruimtes is eigenlijk de standaard binnen het vakgebied. Met
integriteitscontrole bedoel ik dat wanneer ik de foto’s met Bridge goed
kan zien en beoordelen ze correct en zonder fouten de vorige stappen
hebben doorlopen. Een (kritische) optische controle is toch ergens een
keer nodig en binnen mijn Workflow is dat dus NU. De volgende stap sluit
er naadloos op aan en ik doe stap 6 dan ook altijd pas wanneer ik met stap
7 aan de slag wil. Als ik alle stappen van dit eerste deel van mijn
workflow al eens een keer niet meteen allemaal wil doorlopen (vanwege
tijdsgebrek oid) dan maak ik de ‘knip’ in de tijd meestal tussen stap 5 en
6.
7. Camera RAW batch aanpassingen
Adobe Bridge is eenvoudig zo in te stellen dat wanneer je op opname
klikt niet Photoshop wordt geopend maar ACR – Adobe Camera Raw
(Menu/Bewerken/Voorkeuren/Algemeen). De eerste, grove, aanpassingen
(kleur, contrast, verzadiging, scherpte, e.d. doe ik dan ook met ACR
vanuit Bridge. Een aantal settings heb ik voorgedefinieerd en pas ik toe
op grote sets (soms alle) foto’s. De aanpassingen in RAW bestanden middels
Bridge/ACR zijn overigens niet-destructief. Lees daarover desgewenst meer
in dit
artikel, het is namelijk een hele belangrijke eigenschap/voorwaarde.
8. Backup
Dezelfde handeling zoals bij stap 5 om alle tussenliggend werkzaamehden
weer veilig te stellen.
9. DNG’s maken
Alle stappen tot nu toe zijn bedoeld om op deze plek uit te komen. Ik
beschouw DNG’s als mijn digitale negatieven en hoewel ik de
camera-originele-RAW-bestanden (NEF) wel bewaar doe ik er in de praktijk nooit
meer iets mee. De argumenten voor het DNG RAW formaat boven proprietary RAW
formaten als NEF, CRW, e.d. heb ik eerder hier
al eens beschreven en zal ik op deze plek dus niet dunnetjes over gaan
doen. Laat het duidelijk zijn dat ik een overtuigd aanhanger van het DNG RAW
formaat zijn maar mocht je dat zelf niet willen dan wordt je eigen
workflow er natuurlijk alleen maar eenvoudiger van omdat je deze stap over
kunt slaan.
DNG’s kunnen overigens worden gemaakt met de gratis DNG converter (van
Adobe).
10. De Master Catalogus bijwerken met de
nieuwste foto’s
Uiteindelijk komen alle foto’s in het archief terecht. Ik gebruik daar
Expression Media voor, dat was in het verleden van Microsoft maar is
overgenomen door PhaseOne. Zij hebben het omgedoopt tot ‘MediaPro’. Naast
een catalogus voor mijn originelen (m’n DNG ‘negatieven’) heb ik ook nog
andere catalogussen voor derivatieven (afgeleide) bestanden. Niet alleen
de afgeleiden van de DNG’s (panorama, montages, zwart/wit, master, HDR,
etc) maar ook scans van m’n analoge archief (negatieven en dia’s).
Omdat een archief applicatie (vaak DAM – Digital Asset Management-
genoemd), in tegenstelling tot een browser (zoals bijvoorbeeld Bridge)
niet meteen de nieuwe foto’s ‘ziet’ moet je daar dus expliciet een
opdracht voor geven en dat doe ik in deze stap, meteen gevolgd door de
volgende;
11. De nieuwe import voorzien van een rood
label
Het allereerste wat ik doe met nieuwe foto’s is ze voorzien van het
rode label. Dit om ze te kenmerken als ‘hier moet alle tagging,
keywording, etc nog mee gebeuren’. De kans is namelijk groot dat je hier
niet meteen aan toe komt of dat je niet alle foto’s bij langs kunt. In
Expression Media kun je de laatst binnengehaalde foto’s (of andere media
bestanden) overigens eenvoudig en snel selecteren (via Menu/Find/Show last import) en ze
op het rode label slepen.
12. Backup
Als ‘laatste’ stap kan er weer een backup gemaakt worden zoals onder
stap 5 en/of 8.
De volgende stappen worden vrijwel volledig binnen de DAM omgeving
(Expression Media) doorlopen en geregistreerd. Dus hoewel mijn Excel sheet voorziet in de registratie
t/m deze 12e stap is dat (nog) niet mijn volledige workflow…
Volgende maand licht ik de tweede helft van mijn workflow
nader toe. Mochten er ondertussen vragen of opmerkingen zijn dan verneem ik die
uiteraard graag hier als feedback. Aan de statistieken kan ik zien dat ik
maandelijks meer dan 1000 bezoekers krijg en het zou leuk zijn om over deze
materie wat reacties, vragen of meningen te vernemen.