vrijdag 3 april 2009

Fotobeheer applicatie (Catalogus) of Browser?

In het verleden vond ik het zelf lastig om te bepalen voor welke toepassing je nu welke applicatie in zet.

Vanwege de diverse invalshoeken en functionaliteit van de beschikbare applicaties ontkom je er bijna niet aan om voor de verschillende toepassingen ook verschillende applicaties te gebruiken hoewel je liever misschien alles vanuit een enkele applicatie doet.


Voor het beheren van digitale foto's worden twee typen applicaties gebruikt; browser- en catalogus software.



Wat is eigenlijk het verschil tussen beide?
Voorbeelden van browserprogramma's:

  • Adobe bridge
  • Windows verkenner
  • Apple Finder
  • Fotostation 4.5
  • Photomechnic
  • Perfect Browse van On1
Voorbeelden van catalogusprogramma's:
  • Media Pro ( Tegenwoordig van Phase One, voorheen iView Media Pro en daarna Microsoft Expression Media)
  • Adobe Lightroom
  • Acdsee Photo Manager
  • Canto Cumulus
  • idImager
  • Extensis Portfolio
  • iMatch
  • Fotostation Pro5
  • Apple Aperture
Een catalogus applicatie kent een aantal voordelen t.o.v. een browser:
  • Snelheid
  • Virtuele verzamelingen
  • Offline werken
  • Controle
Snelheid

Bij een browser wordt telkens wanneer een folder met foto's wordt geopend alle informatie op dat moment opgebouwd en dat kan, met name bij grote verzamelingen, veel tijd in beslag nemen.

Bij een Catalogus wordt dit slechts eenmaal gedaan en daarna bewaard in een database. De eerstvolgende keer dat de folder benaderd wordt zal de informatie veel sneller getoond worden.

Op zoekopdrachten zal ook sneller resultaat worden getoond dan in een browser.
Er is echter wel ergens een 'omslagmoment' dat een catalogusprogramma snelheidswinst levert. Bij kleine verzamelingen (één shoot bijvoorbeeld) zal een browser over het algemeen wel sneller zijn.

Virtuele verzamelingen
Een catalogusprogramma kent zogenaamde virtuele verzamelingen (ook wel virtuele folders, collecties, labels, etc genoemd). Een foto kan maar in een enkele fysieke folder zijn opgeslagen maar daarentegen kan hij in vele virtuele groepen voorkomen.

Offline werken
Een browser kan alleen foto's laten zien die er ook daadwerkelijk zijn.

Omdat een catalogus een preview (voorvertoning) van de foto's in zijn database heeft opgeslagen kan deze de foto's ook tonen wanneer die op dat moment (even) niet beschikbaar zijn (Optische media als DVD of BlueRay bijvoorbeeld of externe harde schijven die niet zijn aangesloten).

De database (die de kern vormt van zo'n catalogus) kan naar een ander systeem, bijvoorbeeld een laptop, gekopieerd worden zonder alle foto's. Daarmee betreft dit maar een fractie van de hoeveelheid data en dat werkt veel sneller en gemakkelijker.

Controle

Een browser laat alle foto's zien die hij kan openen. Corrupte bestanden of verwijderde bestanden worden niet getoond en het risico daarvan is dat je je daar dan ook niet van bewust van bent/wordt. Een goede catalogus is in staat om te zoeken naar missende of beschadigde bestanden. Deze check zou periodiek kunnen worden gedaan om deze bestanden te ontdekken. Vervolgens kun je deze bestanden terugzetten vanaf één van de back-ups die je natuurlijk hebt gemaakt.

Veel mensen vinden het prettig om de daadwerkelijke foto bestanden 'aan te raken' en dat aanpassingen die ze doen (trefwoorden of een sterwaardering toevoegen bijvoorbeeld) in het bestand zelf worden opgeslagen. Het voordeel daarvan is dat de gegevens dan ook meteen beschikbaar zijn in andere applicaties waarin de foto wordt geopend. Het risico hiervan is wel dat het bestand telkens wordt gewijzigd. Bij iedere wijziging kan er in principe iets misgaan waardoor je het bestand beschadigd. Met deze methode is er bovendien veel meer data te back-uppen dan wanneer je de wijzigingen alleen in een database bijhoudt (catalogus).

Integriteitscheck
Lightroom bijvoorbeeld is in staat om de integriteit van bestanden te controleren zodat je vroegtijdig ontdekt of er bestanden corrupt raken waarop je dan weer passende maatregelen kunt treffen.

Dus geen browser?

Nu, dat is eigenlijk ook niet het geval. Voor specifieke zaken kan een browser zoals Bridge goede diensten bewijzen. Bijvoorbeeld om iets te controleren in het fysieke bestand zelf zoals EXIF of IPTC gegevens.  

Ook in situaties waarbij extreem snel output nodig is zoals sportwedstrijden wordt vaak al op locatie een eerste schifting gemaakt met browser als PhotoMechanic. 
In een catalogus wordt namelijk eerst een preview gegenereerd en in de database opgeslagen, dat kost enige tijd. Sportfotografen kunnen daar niet op wachten en maken daarom gebruik van programma's als PhotoMechanic die de JPG previews gebruikt die de camera al in het (RAW) bestand heeft ingebakken.

Echter in ronduit de meeste situaties zal een catalogusprogramma alle beheermogelijkheden hebben die je nodig hebt.

Geen opmerkingen: