Zoek op trefwoord in al mijn blogartikelen

woensdag 9 april 2014

Ligthroom Mobile en WebView


Adobe heeft op 7 april hun nieuwste versie van Photoshop Lightroom aangekondigd, versie 5.4


Normaal is een nieuwe puntversie niet zo spannend omdat er over het algemeen alleen maar bugfixes in zitten, nieuwe lensprofielen en ondersteuning voor nieuwe cameraformaten.
Echter heeft Adobe dit keer toch wat extra’s in de aanbieding, namelijk met Lightroom mobile for iPad en Web View!

Met Lightroom mobile kun je eenvoudig (een of meerdere) collecties synchroniseren met je iPad zodat je op locatie aan je foto’s kunt werken. Na terugkomst worden wijzigingen dan automatisch gesynchroniseerd met je hoofdcatalogus. 

De bewerkingen zijn weliswaar niet zo uitgebreid als Lightroom op je desktop maar er is al vrij veel mogelijk zoals het markeren van foto’s met een vlag (pick/reject), bewerkingen met standaard Lightroom presets (zwart/wit, effecten, cropping, etc), foto’s delen via mail of sociale media en diashows afspelen. Je kunt snel de foto's voor en na met elkaar vergelijken door drie tapjes.

Naar verwachting worden de mogelijkheden snel uitgebreid maar een volledig alternatief voor je desktop zal het niet snel worden. Zaken als formaat en calibratie zijn maar een paar van de zaken waarvoor je toch altijd je desktop zult blijven gebruiken maar het is er wel heel mooi voor er naast.

De optie waarmee je foto’s, die met je iPad zijn gemaakt (camera roll), aan je Lightroom catalogus kunt toevoegen rechtvaardigt voor sommige mensen alleen al een Creative Cloud abonnement. Vooral wanneer het later dit jaar ook beschikbaar komt voor de iPhone. Android gebruikers moeten nog iets langer wachten maar ook daar wordt het beschikbaar voor gemaakt.

Met Web View kun je foto’s op afgeschermde webpagina’s met anderen delen.

Beide nieuwe onderdelen zijn nieuw en nog beperkt qua functionaliteit maar de weg die Adobe hiermee ingeslagen is lijkt veelbelovend. Beide onderdelen maken onderdeel uit van één van de Adobe’s Creative Cloud abonnementen. Enkelvoudige installaties van Lightroorm komen helaas niet in aanmerking. Het goedkoopste abonnement voor de fotograaf (Photoshop en Lightroom) kost 12,29 euro per maand incl. BTW en daarvoor krijg je alle upgrades en updates die er uit worden gebracht.

Echter kun je deze beide nieuwe opties wel uitproberen op je standalone installatie van Lightroom (30 dagen):


Mocht je iets concreets willen zien van deze onderwerpen dan heeft Laura Shoe dit filmpje gemaakt. 

dinsdag 1 april 2014

Lightroom Splash Screen aanpassen

Wanneer je Lightroom opstart zie je normaal gesproken allereerst het zogenaamde splash-screen of opstartscherm:

Nu geloof ik niet dat het beeld als zodanig vertragend werkt bij het opstarten van Lightroom maar mocht je er desondanks niet op zitten te wachten dan kun je hem uiteraard uitschakelen. Ga daarvoor naar het menu ‘Bewerken’ en dan naar ‘Voorkeuren’:

Vink de optie ‘Splash-screen tonen bij opstarten’ uit. Bevestig met OK. De volgende keer zal het scherm niet meer getoond worden bij het opstarten van Lightroom.

Echter is het misschien leuker om het scherm te vervangen door een eigen beeld?
Vooral als er regelmatig klanten met je meekijken is dat wellicht nog wel een betere optie dan hem uitschakelen. Net als waarom je waarschijnlijk ook een zogenaamd naamplaatje zult hebben ingesteld:

Hier staat normaal gesproken ‘Lightroom’ maar Via menu ‘Bewerken’ en dan ‘Naamplaatje instellen’ kun je hier iedere willekeurige andere tekst plaatsen.
Terug naar ons splash-screen. Vanaf versie 5 is het in Lightroom mogelijk om hier een eigen afbeelding voor te nemen in twee simpele stappen:
  • Zorg er voor dat het gewenste plaatje de juiste afmetingen heeft, namelijk 900 x 600 pixiels
  • En sla het bestand vervolgens op in de juiste folder
Je kunt uiteraard Photoshop gebruiken om je foto in het juiste formaat te krijgen maar omdat ik er niet van uit mag gaan dat iedereen daarover beschikt volgt hier een beschrijving met Microsoft Paint:
Open een geschikte foto in Paint en klik op ‘Formaat wijzigen’:

Er opent nu een venster, klik daarin als eerste ‘Pixels’ aan en vul daarna 900 en 600 in bij de vensters daaronder. Bevestig met OK en sla de foto op onder een andere naam indien je het oorspronkelijke bestand niet wilt overschrijven. De naam van het nieuwe bestand doet er overigens niet toe.
Nu is het zaak om de foto in de juiste folder op te slaan. Niet bij iedereen staat het op dezelfde plek dus het gemakkelijkst is om via Lightroom te kijken waar de folder is. Ga in het menu ‘Bewerken’ naar ‘Voorkeuren’ en open daar de tab ‘Voorinstellingen’:


NB1: Mocht je de Voorinstellingen bij de catalogus opslaan, schakel deze optie dan tijdelijk even uit door hem uit te vinken, anders kom je in de verkeerde map terecht…
Klik nu op de knop ‘Lightroom voorinstellingenmap tonen’ die je vervolgens naar de juiste folder brengt.
NB2: Nu kun je de optie die je bij NB1 uit had gevinkt weer aanzetten . Sluit Lightroom daarna af.

Open de Lightroom Folder en zoek de ‘Splash Screen’ folder. Wanneer die er niet is maak hem dan aan. Open deze folder en plaats het eerder aangemaakte bestand er in:

Start Lightroom nu weer op en je zult zien dat ditmaal je eigen splash screen wordt getoond:

Je kunt ook met transparanten experimenteren. Gebruik in dat geval dan het PNG formaat. Je zult overigens zien dat het niet volledig transparant wordt omdat Lightroom een soort grijze achtergrond aanhoudt.

NB: In de blog vallen de afbeeldingen deels weg. Daarom heb ik het artikel ook even als PDF beschikbaar gemaakt: link

zaterdag 1 maart 2014

Foto’s organiseren in Lightroom op basis van trefwoorden (1)

Een van de manieren om je foto's te organiseren binnen Lightroom is met behulp van trefwoorden. Voordat we daar iets mee kunnen moeten deze trefwoorden eerst aan de foto’s worden toegevoegd. Lightroom kent daar meerdere methodes voor. Drie populaire zijn:

1. Met het Trefwoord paneel
2. Met de spuitbus
3. Via het Import menu



Methode 1: Trefwoord Paneel

De eenvoudigste methode om trefwoorden toe te voegen is via het paneel ‘Trefwoorden vastleggen’ dat zichtbaar is de ‘Bibliotheek’ weergave:

Zorg er wel voor dat het veld naast ‘Trefwoordtags’ op ‘Trefwoorden invoeren’ staat. (Dit kun je aanpassen dmv de dubbele pijl omhoog/beneden aan de rechterkant). 
Daarna kun je in het grote veld er onder typen.

Selecteer een foto en typ in het grote veld de trefwoorden die bij deze opname horen, gescheiden door een komma. Bevestig met Enter.

Je kunt ook meerdere foto’s tegelijk selecteren door de Ctrl toets ingedrukt te houden en dan de verschillende foto’s aan te klikken. Wanneer je dan één of meerdere trefwoorden toevoegt en bevestigt met Enter hebben alle geselecteerde foto's deze trefwoorden toegekend gekregen.

Je kunt ook alle foto’s in de weergave selecteren. Dit gaat met Ctrl+A. Wanneer je daarna een trefwoord toevoegt krijgen alle foto’s die toegewezen.

Deze methode leent zich met name voor foto’s die je hebt geselecteerd als de betere uit de reeks. Foto’s met meerdere sterren zeg maar, die je waarschijnlijk ook nog afzonderlijk zult bewerken (kleuren corrigeren, goede uitsnede maken e.d.). Deze individuele foto’s zullen waarschijnlijk al enkele trefwoorden hebben (uit de import bijvoorbeeld, zie de 3e beschreven methode). Echter voor juist deze foto’s is het de moeite waard om er iets meer tijd in te steken dan in de overige voor wat betreft trefwoorden. En dat gaat dan het eenvoudigste via het Trefwoord paneel.

Methode 2: Spuitbus
Dit gereedschap is alleen zichtbaar wanneer je in Bibliotheekmodus zit:

En dan moet de weergave ook nog op Grid staan:

Onder in het scherm wordt nu de spuitbus zichtbaar:

Wanneer je nu op de spuitbus klikt kun je een trefwoord ingeven in het veld dat nu verschijnt:

(Zorg er wel voor dat in het veld rechts naast ‘Toepassen’ ook daadwerkelijk ‘Trefwoorden’ geselecteerd is) Vul daarna één of meerdere trefwoorden in (gescheiden door komma’s) en bevestig met een Enter.

De cursor is nu veranderd in een spuitbus en je kunt nu eenvoudig door al je foto’s navigeren en op alle foto’s klikken die van het gekozen trefwoord(en) voorzien moeten worden. Iedere keer wanneer je op een foto klikt krijg je een bevestiging te zien dat het trefwoord aan deze foto is toegevoegd.

Wanneer je klaar bent moet je de spuitbus wel even weer op zijn plek terugzetten. Dit om te voorkomen dat je per ongeluk verkeerde foto’s van het trefwoord voorziet. Dat doe je door de cursus (de spuitbus) op dezelfde plek te klikken als waar je hem vandaan hebt gehaald; onder in het ‘dock’:

De spuitbus methode gebruik ik zelf vaak voor namen van personen op bijvoorbeeld een uitje. Niet op alle opnames zullen dan dezelfde personen staan dus je moet de foto’s individueel doorlopen. Met de spuitbus gaat dat dan handig, je begint bij het begin van de serie en scrolt naar het eind. Bij iedere foto die je onderweg tegenkomt klik je op de persoon in kwestie. Dit werkt erg snel.

Methode 3: Import
Deze methode werkt op alle foto’s die je van je fotokaart naar je computer haalt. Dat wil dus zeggen dat de gekozen trefwoorden redelijk algemeen moeten zijn. Copyright gegevens lenen zich hier bijvoorbeeld goed voor maar ook wanneer je terug komt van vakantie is het de moeite waard om even een importsetting te maken. Ook bij een studioserie van een model kun je hier de naam van de persoon wel meenemen omdat hij of zij naar alle waarschijnlijkheid op alle foto’s zal staan..

Linksonder in het Ligthroom scherm vind je de ‘Importeren’ knop:

Wanneer je 'Importeren' aanklikt verschijnt een nieuw scherm. Aan de rechterkant vind je het onderdeel ‘Toepassen tijdens importeren’, daar kun je trefwoorden opgeven. Ook hier weer gescheiden door komma’s:

Wanneer je foto’s eenmaal voorzien zijn van trefwoorden, zijn er talloze manieren om je catalogus te doorzoeken en te organiseren. Daarover een volgende keer meer.

NB: Wie bovenstaande beschrijving liever als PDF heeft kan deze hier downloaden.

zaterdag 15 februari 2014

Echt of niet? (2)

In December 2011 schreef ik al eens over fotomanipulatie. Toen ging het er vooral over hoe je dergelijke foto’s kunt herkennen vanwege de implicaties die fotomontages kunnen hebben bij forensisch onderzoek en verzekeringskwesties. 

Mijn conclusie van toen is dat het gemakkelijker is om aan te tonen dat foto’s bewerkt zijn dan andersom; bewijzen dat het om niet-gemanipuleerde afbeeldingen gaat.
Recent was het onderwerp nog even weer in de aandacht omdat het gehoorapparaat van Castro weg was geshopt (link naar het betreffende volkskrant artikel):


Maar zoals ik al eerder aangaf, het is van alle tijd en het gebeurde vroeger dus ook al. 

Eén van de eerste gevallen die beschreven is stamt nog van voor Photoshop. Dit artikel beschrijft het voorbeeld van Lincoln. Zijn hoofd is gemonteerd op het lichaam van John Calhoun:

In hetzelfde artikel staan nog een paar mooie voorbeelden van o.a. Hilter en Stalin.

In veel gevallen echter is het slechts een kwestie van interpretatie. Iedereen manipuleert zijn foto’s namelijk in meer of mindere mate. Wanneer je in RAW fotografeert, pas je achteraf je belichting, contrast en kleur aan bijvoorbeeld maar niemand die dit als ‘echt’ manipuleren beschouwt. Ook doordrukken en tegenhouden vallen hieronder zoals je bij National Geographic kunt zien, hoewel ze wel adviseren om dit met mate te doen:

Toch krijgt National Geographic zoveel foto’s binnen die via Instagram, Viddy, Hipstamatic e.d. zijn bewerkt dat ze zich genoodzaakt voelden om een oproep te plaatsen om dit vooral niet meer te doen.  Dit artikel van Digital trends beschrijft bijvoorbeeld een nieuwe richtlijn van National Geographic die de gebruiker adviseert om geen foto’s meer in te sturen waarin zaken zijn aangepast of verwijderd.

De schaal waarop de tegenwoordig overduidelijk bewerkte foto’s voorbij komen is ook wel heel erg groot maar ik vermoed zelf dat het alleen nog maar verder zal gaan toenemen.  In dit soort richtlijnen zal dan ook duidelijker moeten worden aangegeven wat wel en wat niet mag. Nu wordt er nog te veel aan de interpretatie van de gebruiker overgelaten. Ook zou men kunnen eisen om een onbewerkt origineel mee te sturen zodat de redactie zich zelf een oordeel kan vormen.

In mei 2014 kwam Fourandsix Technologie met het bericht dat zij een tool hebben uitgebracht waarmee het wel mogelijk zou zijn om camera-originelen (JPG only) van gemanipuleerde afbeeldingen te onderscheiden. Op http://www.izitru.com/ kun je het zelf proberen en in dit artikel van PDNPulse kun je er meer over lezen.


woensdag 12 februari 2014

Je profielfoto geschikt maken voor sociale netwerksites?



Op Autreplanete kun je je foto's voor de meeste sociale netwerk sites geschikt maken. Je kunt daarbij denken aan zaken als afmeting en verhouding maar ook aan de foto's die je op de verschillende sites kwijt kunt naast je profielfoto zoals achtergrond en headers. 

Op dit moment ondersteunt Autreplanete de volgende social netwerk sites:
  • Facebook
  • Twitter
  • Youtube
  • Google +
  • Flickr
  • Vimeo
  • Pinterest
  • Skype
  • Tumblr
  • Linkedin
  • Gravatar
  • Xing
  • Viadeo
  • Slideshares
  • Foursquare


zaterdag 1 februari 2014

Minimaliseer het aantal 'Single Point of Failures'


Als enthousiast fotograaf (of beroeps) is er je alles aan gelegen om te voorkomen dat je foto's kwijt raakt.
Daarom heb je jouw back-up waarschijnlijk (hopelijk) goed ingericht. Mocht dat nog niet zo zijn, doe dit dan vandaag nog (lees evt. hier voor een snelle opzet).

Wat ik tegenwoordig steeds vaker voorbij zie komen in adviezen rondom back-up en in fora is het gebruik van een NAS. In dit artikel wat aandachtspunten daarbij.

Allereerst biedt een NAS je geen beveiliging bij bijvoorbeeld brand. Zowel je computer als je NAS zal daarbij verloren gaan en daarmee waarschijnlijk ook al je data. In een goede back-up strategie is er dus minimaal 1 back-up ergens anders nodig dan bij je thuis.

Steeds vaker kiezen mensen een NAS met meerdere schijven. Dit biedt niet alleen meer opslagruimte maar bij veel mensen bestaat het beeld dat de RAID configuratie ook voor veiliger data opslag zou zorgen. In dit artikel wil ik niet in gaan op alle mogelijke variaties die er mogelijk zijn met RAID of uit te leggen hoe RAID precies werkt (Zie desgewenst dit artikel op Wikipedia).

Waar het in het kort (meestal) bij RAID om gaat is dat twee (of meer) schijven in een RAID zich gedragen als een enkele schijf. Daarbij wordt de data redundant (dubbel) over de beschikbare 'echte' harde schijven verdeeld. Wanneer één van de harde schijven dan defect raakt kan hij door een ander exemplaar worden vervangen zonder dat je data kwijt raakt. Klinkt goed toch?

Op zich is dit ook goed, het biedt namelijk bescherming tegen een schijf die defect raakt wanneer je er op aan het werkt bent. Bij een deadline kun je dus gewoon doorwerken als één van de schijven crasht. Wel even de defecte schijf op korte termijn vervangen natuurlijk!

Maar stel dat niet een van de harde schijven defect raakt maar de RAID controller van je NAS. Dit apparaat is de centrale ‘spelverdeler’ die de binnenkomende data zo slim mogelijk over de schijven verdeeld.
In zo’n situatie wordt het al een stuk lastiger om bij je foto's te komen. Die staan er weliswaar redundant op maar kom er maar eens bij!
De harde schijven uit je NAS halen en op de 'ouderwetse' manier via hun SATA aansluiting verbinden met je computer gaat niet werken. De data is namelijk ‘slim’ over alle schijven verdeeld en alleen de RAID controller kan ze weer ‘reconstrueren’.
Er zijn weliswaar manieren om toch bij je bestanden te kunnen. Zo kun je de RAID 'kunstmatig' herstellen met software in je computer maar dit is voor velen te technisch. Of je kunt kijken of je dezelfde RAID controller kunt krijgen (of zekerheidshalve alvast op de plank leggen) en dat kan ook voor de volledige NAS. Daarin kun je je harde schijven dan overzetten. Wellicht zijn er nog wel meer mogelijkheden maar feit is dat het lastig is en bewerkelijk. En dit alles omdat je een single point of failure hebt; de RAID controller.

Mocht je dan ook een NAS met meerdere schijven in RAID hebben geconfigureerd vanwege (alleen) veiligheidsoverwegingen, overweeg dit dan nog eens. Een alternatief is mirroring (RAID-1), daarbij maakt de ene harde schijf direct een kopie van de data van de ander zodat ze continu gelijk aan elkaar zijn (mirror = spiegel). Gaat één van de beide schijven stuk dan kun je bij je bestanden op de ander. En gaat de controller van je NAS stuk of iets anders aan het apparaat dan haal je gewoon één van de harde schijven er uit en sluit die aan op de eerder beschreven manier. Je kunt de foto's dan gewoon uitlezen in je computer.

Gebruik je bewust één van de andere RAID configuraties omdat je vaak onder tijdsdruk werkt of omdat je de snelheid nodig hebt (RAID-0 biedt namelijk in ‘ruil’ voor een hoger uitvalrisico een hogere lees en schrijfsnelheid) dan is er natuurlijk niets aan de hand. Maar wees je er bewust van.



Moraal van het verhaal; Minimaliseer het aantal single point of failures in jouw systeem.

vrijdag 3 januari 2014

Minimaliseer afgeleide bestanden

In een moderne (foto)workflow kun je afgeleide bestanden (‘derivatives’ in het Engels) maken op het moment dat je ze nodig hebt. Een TIFF voor de drukker, een JPG voor op je website en een PDF contactprint voor je klant, je maakt ze niet eerder dan nodig. Op dat moment genereer je ze eenvoudig en snel vanaf je origineel, veelal is dat een RAW (NEF, CR2, DNG, Etc).

In het overgrote deel van de situaties is er geen enkele reden om dit soort afgeleide bestanden te bewaren, je maakt ze simpelweg opnieuw aan wanneer je ze nog eens nodig hebt. Het voordeel hiervan is dat je ze dan niet hoeft te beheren. Dat is voor je originelen al werk genoeg namelijk.

Een uitzondering is wellicht wanneer je, nadat je een afgeleide bestand hebt gemaakt, deze alsnog bewerkt in bijvoorbeeld Photoshop. Deze deriatieven komen natuurlijk wel in aanmerking om bewaard te worden. Echter, het niet meer hoeven te beheren van deze categorie foto's maakt het leven zo veel eenvoudiger dat het mijn advies is om dit zo veel mogelijk te beperken.

Het is evident dat je je RAW bestanden (of DNG versies er van) wel optimaal bewaart! Op deze blog kun je daarover desgewenst eerdere artikelen van me terugvinden, ook mijn voorkeur voor het (open gedocumenteerde) DNG formaat.

Er zijn nog meer voordelen van een workflow, gebaseerd op RAW bestanden. Zo bewaar je niet alleen de hoogste kwaliteit van je opname maar je houdt ook nog eens de optie open om in de toekomst een betere bewerking te maken. Huidige RAW converters bijvoorbeeld, genereren foto's met aanzienlijk minder ruis dan 5 jaar geleden (met hetzelfde RAW bestand)...