Zoek op trefwoord in al mijn blogartikelen

Posts tonen met het label exif. Alle posts tonen
Posts tonen met het label exif. Alle posts tonen

zaterdag 2 januari 2021

Content Authenticity Initiative (CAI)

 

Op 13 oktober 2020 was de jaarlijkse IPTC conferentie en een van de onderwerpen die daar m’n aandacht trok was een initiatief (voor de initiatiefnemers zie later in dit artikel) om tot een industrie standaard te komen voor wat ze zelf noemen “digital content attribution”.

Het gaat hier om het verifiëren van de afkomst van beeldmateriaal en zien wat er ‘onderweg’ precies mee gebeurd is. Hun doel is dat consumenten beter in staat zijn om de betrouwbaarheid van beeldmateriaal te beoordelen.

Andy Parsons van Adobe (een van de initiatiefnemers van CAI) presenteerde het initiatief en het kan  hier op Youtube teruggekeken worden (vooral de moeite waard vanwege de voorbeelden die hij liet zien).

Echtheid van informatie heeft ons altijd al bezig gehouden (Ik schreef hier al een aantal malen over; hier en hier ). Het is echter niet eenvoudig om te bepalen wat onecht is. Het blijkt eenvoudiger om te bepalen wat  wél echt is.

Een paar decennia geleden we kregen informatie van geprinte media uit voornamelijk betrouwbare bronnen. De situatie tegenwoordig is heel anders:

  • Vooruitgang in techniek
  • Mogelijkheden tot verspreiding van content (1 telefoon naar miljoenen anderen)
  • Snelheid van verspreiding is nu seconden waar dat minuten, uren of dagen was
  • Er bestaat content met de bedoeling om te misleiden
  • Gebrek aan transparantie

Er zijn een aantal mogelijkheden om het hoofd te bieden aan de moeilijkheden die hierdoor ontstaan. Andy onderscheidt drie ‘pijlers’:

  1. Educatie
  2. Detectie
  3. Attribution (Toeschrijven aan)

Voor wat betreft de eerste pijler, mensen moeten de verschillende mogelijkheden kennen die er bestaan om beeld te manipuleren plus de termen waarmee die geclassificeerd worden als Cheapfake, deepfake, e.d.

De tweede pijler benoemde ik eerder al even, het is een wapenwedloop. De mensen die beelden manipuleren staan altijd een stap voor op diegenen die ze proberen te herkennen.

Het voorbeeld van de Deepfake Detection Challenge van o.a. Facebook liet zien dat weliswaar 65% van het nepmateriaal er uit wordt gehaald maar dan blijft er nog altijd een immense hoeveelheid over die er doorheen glipt. De herkenningspercentages zullen wellicht verbeteren maar de ‘good guys’ zullen altijd een stap achter blijven lopen.

Het CAI initiatief concentreert zich op de derde pijler ‘Attribution’. Het volgen van het beeldmateriaal tijdens de reis die het aflegt van opname naar publicatie. Het gaat hierbij om vertrouwen over wie, wat en hoe. Deze informatie wordt dan vastgelegd in een robuustere, fraudebestendiger ‘schil’ dan EXIF of XMP alleen (want die informatie blijkt te vaak niet meer (correct) aanwezig op het web).

 

Schematisch betreft het een structuur voor het opslaan en uitlezen van cryptografische verifieerbare gegevens door een zogenaamde ‘actor’. Dit kan een mens zijn maar ook hard- of software. Twee andere termen die nog een rol spelen zijn ‘Claims’ en ‘Assertions’ . Assertions representeren informatie en Claims pakken die in, in verifieerbare pakketten.

Iedere actor die het beeldmateriaal maakt of bewerkt creëert daarmee ook een Assertion met informatie over wat er gedaan is, wanneer en namens wie. Een dergelijke Assertion is feitelijk een cryptografische hashwaarde. Wanneer deze digitaal ondertekend wordt (door een vertrouwde partij) wordt het een ‘Claim’. De handtekening garandeert als het ware de integriteit van de Claim. Zo’n Claim reist dan mee met de foto en er worden meerdere aan toegevoegd wanneer er andere partijen zijn die iets met het beeld doen (bewerken, publiceren, etc). Iedere nieuwe Claim refereert naar de vorige waardoor het een ketting wordt.

Claims bevaten dus feiten over de creatie van het beeld, auteurschap, bewerkingsacties, details van het apparaat waarmee het beeld gecreëerd is, de software die gebruikt is en nog veel meer. Deze feiten tonen de herkomst van een bepaald beeld aan.

Claims kunnen aan het beeldmateriaal worden toegevoegd of centraal (in de cloud) worden beheerd, dat is afhankelijk van de workflow en de mogelijkheden die leveranciers zullen gaan bieden.

Een belangrijk onderdeel in het proces zijn de organisaties die de Claims gaan ondertekenen. Zij gaan dezelfde rol vervullen als dat Certification Authorities voor webbrowsers doen; het afgeven van certificaten die de betrouwbaarheid van websites garanderen (het ssl slotje).

Hoe werkt het vanuit (Adobe) gebruikersperspectief?

  • 1. Creëer een beeld
  • 2. Breng wijzigingen aan en schrijf deze terug naar het bestand
  • 3. Bereken een unieke vingerafdruk, de assertion (hash)
  • 4. Onderteken de Claim en sla die op (online of offline)
  • 5. Bewaar de handtekening-URL in de XMP ruimte van het beeldmateriaal

 


Een preview van de ‘Creator’s view’ in Photoshop. (Het betreft een screenshot van de eerdergenoemde video en hij is daarom niet zo scherp..)

In deze Creators view zie je informatie over de herkomst van de foto die je geopend hebt.

 


Van een afbeelding die je op internet hebt gevonden, kun je de herkomst ook opvragen.

 

En nu?

De CAI initiatiefnemers zijn niet de kleinste; Adobe, Microsoft, BBC, CBC, New York Times, Stanford Center for Blockchain Research, Truepic, University of California – Berkeley, WITNESS en Twitter.  

Gezien alle nepnieuws wat er tegenwoordig is denk ik zelf dat er een grote behoefte is aan een dergelijk initiatief mits de ondersteuning maar voldoende is. Met initiatiefnemers als Adobe, Microsoft, BBC, CBC, New York Times, Stanford Center for Blockchain Research, Truepic, University of California – Berkeley, WITNESS en Twitter lijkt dit zeker mogelijk. Laten we hopen dat er snel gemakkelijk te gebruiken praktische toepassingen komen!

Voor diegenen die zich nader willen verdiepen in deze materie is er een (Engelstalige) White paper “Setting the Standard for Content Attribution” beschikbaar.

vrijdag 1 mei 2020

Wild fotograferen, esthetiek versus ethiek

Op Instagram, Flickr en andere (social) media zie je vaak de mooiste foto’s van wild voorbijkomen maar dankzij Paul Bertner vraag ik me wel steeds vaker af hoe die foto’s eigenlijk zijn gemaakt. 
Zijn persoonlijke ontboezemingen op ‘The Con in Conservation’ bijvoorbeeld openden mijn ogen voor wat betreft menselijke tussenkomst en hoe dieren eigenlijk worden beïnvloed.

Eigenlijk wist ik natuurlijk wel dat er een glijdende schaal bestaat, helemaal als het gaat om commerciële organisaties die fotosafari’s organiseren maar ik ben me er nu wel meer van bewust. Uiteraard wil iedereen de mooiste foto’s van wilde dieren maar hoe ver mag je daarin gaan? Mag je het geluk afdwingen?
De voorbeelden die Paul aanhaalt stuiten mij in ieder geval tegen de borst; een slang langdurig vasthouden en zo neerleggen totdat de compositie en belichting precies goed is of insecten meenemen om later bij de lodge te fotograferen met een uitgebreide flitsinstallatie. Esthetiek ging in die voorbeelden duidelijk boven de ethiek terwijl de betreffende organisaties die juist beweren na te leven/streven.

Met de nieuw opgedane kennis voel ik dan ook de behoefte om er iets mee te doen en daar past de oproep van Paul om verantwoording af te leggen goed bij. Hij is daarvoor in 2017 het Ethical Exif initiatief gestart op facebook, later nader uitgewerkt op zijn blog.

Ethical Exif houdt in dat je transparant bent over de situatie waaronder een foto is genomen. De betreffende informatie is kort en bondig en wordt als watermerk op je foto gepubliceerd, vergelijkbaar met wat vaak gedaan wordt met Exif gegevens zoals brandpuntsafstand, sluitertijd e.d. Vandaar ook de naam ‘Ethical Exif’. Deze informatie wordt dus openlijk getoond op de foto en dus expliciet NIET verborgen in de metagegevens van de foto. Die kan namelijk verloren gaan tijdens het delen terwijl dit bij een watermerk veel minder snel/gemakkelijk gaat.

Paul geeft zelf geen norm aan, over wat goed is en wat niet. Dat verandert namelijk voortdurend en met de inzichten van vandaag zijn zaken fout die gisteren nog goed waren. Het enige wat je wél kunt doen is duidelijkheid verschaffen over de omstandigheden waaronder een foto is gemaakt, dan kan de kijker zelf beoordelen of hij dat goed of fout vindt.

Tenslotte: Als kijker heb je invloed op het gedrag van fotografen door de likes die je uitdeelt op social media. Als het gedrag van de fotograaf niet in overeenstemming is met je eigen normen zul je dat minder snel stimuleren dan wanneer je het niet weet.

De elementen die Paul heeft geïdentificeerd als zowel relevant als belangrijk zijn als volgt:

1) 🄷 - Gezondheidsschaal / stressniveaus (schaal 1-9 met ☠️, de dood van het subject in plaats van 10)

2) 📷 – Gefotografeerd op de plaats waar het subject is gevonden

3) 🖐- Manipulatie van het onderwerp (in het veld of in een studio), dit symbool komt dan in plaats van 📸

4) ⏳ - tijd in gevangenschap

5) 👣 - translocatie (vastleggen, transporteren en vrijgeven van een onderwerp van de ene locatie naar de andere)

6) 🎨 - Gebruik van klonen of uitgebreide nabewerking

7) ↺ - Beeldrotatie

8) - Afspelen van geluiden (voornamelijk gebruikt in vogelfotografie, de wetenschap heeft momenteel geen uitsluitsel over de langetermijngevolgen voor gedrag)

Criteria voor de gezondheidsschaal waarmee de numerieke 🄷-waarde wordt bepaald:

🄷1 - Het onderwerp is zich niet bewust van de aanwezigheid van de fotograaf, houdt zich bezig met normale, ongestoorde activiteiten.

🄷2 - Het onderwerp is op de hoogte van de aanwezigheid van de fotograaf, maar negeert of is gewend aan de aanwezigheid van de fotograaf en vertoont normaal gedrag.

🄷3 - Het subject is op de hoogte van de aanwezigheid van de fotograaf en past zijn gedrag als gevolg daarvan aan (geen onmiddellijk lichamelijk letsel).

🄷4 - Fotograaf houdt zich bezig met het onderwerp bijv. Manipulatie van positie, translocatie naar een studio-omgeving, enz. Maar zonder fysiek bewijs van schade aan het onderwerp.

🄷5 - Defensieve stressreactie Bijv. Opvallend / defensief gapend

🄷6 - Fysiologische respons die het verlies van fitheid op korte termijn beïnvloedt, bijv. braken, tonische onbeweeglijkheid.

🄷7 - Fysiologische respons die het verlies van fitness op de middellange termijn beïnvloedt zoals het verlies van ledematen en andere fysieke schade (herstelbaar).

🄷8 - Onmiddellijke catatonie of niet reageren op manipulatie, langdurig verlies van fitheid - Heropleving en gedeeltelijk herstel na zorg en stressvrije omgeving.

🄷9 - Onmiddellijk niet reageren op manipulatie, gedeeltelijke opwekking maar met permanent verlies van fitheid.

☠️ - Dood van onderwerp

Een voorbeeld van een foto die ikzelf gemaakt heb waarin een dier duidelijk gemanipuleerd werd is hierboven ingevoegd. Het betrof een Piranha die in Peru door onze gids werd gevangen om ons te laten zien. Hij werd ter plekke uit het water gehaald en misschien een halve minuut boven water gehouden en daarna weer teruggezet. Vandaar een camera (gefotografeerd op de plaats waar hij werd gevonden) en 🄷4 omdat het dier duidelijk gemanipuleerd werd voor wat betreft zijn positie maar omdat hij snel weer teruggezet werd hoogstwaarschijnlijk geen schade.


Mochten de gehanteerde symbolen niet goed leesbaar zijn op deze blog dan kun je hier een PDF downloaden van dit artikel.

dinsdag 4 december 2012

Meta data jungle


Na het recente S.M.A.R.T artikel al weer een saai stuk hoor ik je vragen?
Tja, ik probeer het natuurlijk zo leuk mogelijk op te schrijven maar zaken als EXIF, IPTC en XMP blijven, zeker voor de niet-professionele fotograaf, een beetje ondoorgrondelijke materie. Eigenlijk is dit juist voor hen omdat de professional zich er (hopelijk!) al voldoende in verdiept heeft.

Waarom zou je je überhaupt in deze materie willen verdiepen?
Zolang foto’s nog steeds niet goed op hun werkelijke inhoud (terug)gevonden kunnen worden zijn we nog altijd afhankelijk van wat er ooit aan extra gegevens (metadata) aan de foto’s is meegegeven, al dan niet automatisch. Het is dan goed dat je enige kennis van zaken hebt.
Over onderwerpen als Exif, Iptc en Xmp is natuurlijk heel veel te vinden op internet, waaronder wikipedia (en dan met name de engelstalige editie) of metadata.org maar dat is over het algemeen gefragmenteerde informatie. Overigens dan wel weer vaak diep en gedetailleerd uitgewerkt.
Dit artikel is daarentegen meer bedoeld om inzicht te verschaffen in waar je nu als fotograaf mee te maken krijgt en hoe de verschillende standaarden en technieken zich ten opzicht van elkaar verhouden. Wil je daarna meer weten, sla dan zeker de genoemde bronnen er nog even op na! Je kunt ook een vraag of reactie achterlaten op dit artikel, hieronder.

Metadata?
Een foto is net als ieder ander computerbestand een reeks nullen en enen. De computer weet aan de opbouw daarvan dat het a) een afbeelding betreft en b) hoe die er op je beeldscherm moet uitzien. Echter zitten er nog meer zaken in het bestand verwerkt die je niet meteen ziet en één daarvan is metadata. Dat zijn overigens gewoon gegevens over het betreffende bestand. Bijvoorbeeld over hoe groot het bestand is of wanneer die voor het laatst is bewerkt. Er worden ook specifieke ‘foto zaken’ als metadata opgenomen (was de flitser aan of niet, de sluitertijd, diafragma, etc) en er is zelfs ruimte gereserveerd waar je een eigen beschrijving of trefwoorden kunt registreren! Hiervoor gebruik je echter meestal een applicatie die dat ‘onder water’ voor je regelt. Je bent je er in de meeste gevallen misschien niet eens van bewust wanneer het gebeurt.

Zoals gezegd worden er in het fotobestand zelf dus gegevens opgenomen die geen onderdeel uitmaken van de afbeelding. Je kunt dit zelf snel even checken door bijvoorbeeld een (niet al te groot) JPG afbeelding te openen in kladblok. Je zult in de eerste regels waarschijnlijk meteen al zaken herkennen. 

Deze gegevens zijn niet alleen ‘leesbaar’ voor mensen maar ook voor applicaties. Die herkennen het ‘soort’ meta data aan ‘kopjes’ die er voor zijn gereserveerd. Deze secties worden Image Resource Blocks genoemd (IRB).

Welke metadata?
Helaas bestaan er een heel aantal standaarden, in de inleiding heb ik de belangrijkste al even genoemd:

Exif
Staat voor Exchangeable Image File Format en hier worden voornamelijk gegevens in bewaard die door de camera zelf zijn gegenereerd zoals datum van de opname, locatie (GPS), sluitertijd, diafragma, flitsvermogen, brandpuntsafstand, merk en type van camera en objectief enz, enz.


Omdat je er zelf nauwlijk iets aan toe kunt voegen lenen Exif gegevens zich met name voor statistische analyses zoals “met welk objectief of brandpuntsafstand heb ik nu de meeste foto’s gemaakt?”. 

Er zijn applicaties (Exif Tool) waarmee je wel Exif informatie kunt manipuleren. Daarbij is het belangrijk om te weten dat Exif formeel alleen maar ASCII tekens ondersteund. Bij gebruik van leestekens die hier buiten vallen zullen je foto’s elders in de wereld heel andere meta data tonen..
Kortom, behalve dat Exif er ook niet expliciet voor gemaakt is leent het zich ook niet zo goed om eigen gegevens in onder te brengen.

IPTC
Staat voor International Press Telecommunications Council en IPTC is zowel een standaard als een sectie binnen je foto bestand. De begrippen worden helaas (te) vaak door elkaar gehaald in het dagelijks verkeer en dat is verwarrend.

Met de IPTC standaard is namelijk niets mis, dat gaat over de gegevens die je als gebruiker zelf toevoegt aan je afbeeldingen zoals de namen van de personen op je foto.
Echter wordt de IPTC metadata sectie NIET meer gebruikt. (Het gaat hier om IPTC IIM) In plaats daarvan is er een andere ruimte voor IPTC gereserveerd binnen je foto’s, namelijk de XMP sectie... (Volg je het nog?). Als we het dus over IPTC-Core en/of over IPCT Extension hebben dan gaat dus feitelijk over XMP.


Je eigen gegevens kun je dus prima kwijt in je foto’s maar tegenwoordig alleen op een andere plek in je bestanden dan voor 2005. Gelukkig regelt je beheer software (catalogus programma, photo browser, DAM applicatie) dit, als het goed is, allemaal voor je maar het kan geen kwaad je hiervan bewust te zijn. Bij het selecteren van een programma zul je hier dan rekening mee willen houden.

Nog even voor de volledigheid; je kunt natuurlijk altijd nog gegevens schrijven binnen de oude IPTC (IIM) sectie maar veel programma’s lezen deze niet meer of niet correct uit. Veiliger is dus om je IPTC gegevens binnen de XMP ruimte te schrijven zoals de moderne DAM applicaties dat netjes (automatisch) voor je zullen doen. Bij de meeste DAM applicaties zul je dus echt zelf nadere actie moeten ondernemen om nog in de ‘oude’ IPTC sectie te schrijven. 

PLUS
Plus is een metadata standaard, specifiek voor licentiedoeleinden. Daarnaast is er tooling beschikbaar waarmee tekensets kunnen worden gegenereerd ter identificatie van (ondermeer) copyrighthouders, gebruikers en gebruikersvoorwaarden. Ik zal er hier verder niet op ingaan omdat ik de indruk heb dat het voornamelijk op de amerikaanse markt is toegesneden. Later kom ik hier vast nog eens op terug.DUBLIN CORE

Dit is oorspronkelijk een standaard uit de bibliotheekwereld en het omvat vijftien basis componenten. Vijf daarvan komen overeen met IPTC velden. Binnen DAM applicaties ben ik nimmer Dublin Core velden tegengekomen.


XMP
Staat voor Extensible Metadata Platform, een standaard die door Adobe is ontwikkeld. XMP is gebaseerd op het (bekendere) XML formaat en het is niet alleen geschikt om vooraf gedefinieerde gegevens over je foto’s in kwijt te kunnen (IPTC) maar ook eigen gedefinieerde velden. Daarmee is het een zeer flexibele standaard, met name voor de toekomst.

XMP kan op twee manieren in combinatie met je foto’s ingezet worden:

De eerste manier is met behulp van een separaat (XMP) bestand. Deze bestanden noemen we ook wel sidecar bestanden en ze hebben altijd dezelfde naam als het beeldbestand. Stel, je hebt een bestand 2012_10_0100.NEF. Wanneer je nu wat aanpassingen hebt aangebracht met bijvoorbeeld Adobe Camera Raw, dan zie je in dezelfde directory een extra bestand verschijnen: 2012_10_0100.XMP. Wanneer je dit bestand nu weg zou gooien dan zijn ook al je bewerkingen weg.


Sidecar bestanden zijn een logisch antwoord op de gesloten (RAW) bestandsformaten van de camera leveranciers. RAW bestanden kunnen eigenlijk alleen (veilig) bewerkt worden met software van dezelfde fabrikant als die van de camera maar dat wil je misschien wel niet altijd. Cameravreemde fabrikanten beschikken echter niet over alle informatie van alle RAW formaten en daardoor lopen ze te veel risico om fouten in de bestanden aan te brengen. En dit geeft weer een verhoogd risico op corruptie en onbruikbare bestanden, iets dat een fotograaf natuurlijk nooi wil. Eerder schreef ik dit artikel over PIEware waarin ik wat dieper op deze materie in ga.


Vrijwel alle RAW converters werken tegenwoordig dan ook met deze sidecar bestanden, hoewel de onderlinge uitwisselbaarheid vaak weer niet optimaal is. Ik zal daarover hier niet verder uitwijden maar me richten op de tweede manier om gebruik te maken van XMP, namelijk als een sector binnen het beeldbestand, vergelijkbaar dus met hoe dat gaat bij IPTC en EXIF.

Welke van de beide XMP methodes je gebruik ligt overigens sterk aan de software die je gebruikt, vaak kun je daarin zelf ook nog keuzes maken. Gebruik je het JPG of DNG bestandsformaat dan kun je rustig kiezen voor XMP als sectie binnen het bestand en zijn separate sidecar bestanden niet nodig. (Over de keuze al dan niet voor het DNG RAW formaat heb ik eerder geschreven en zal ik op deze plek verder niet ingaan. Link1, Link2)

XMP omvat dus ondermeer de standaarden IPTC Core, IPTC extensions, Dublin Core en Plus.

Nadere orientatie?
Eerder heb ik al aangegeven dat je nauwlijks of geen handelingen hoeft te verrichten om metadata naar je hand te zetten. De achtergrondinformatie over de verschillende bestaande standaarden heb ik met name gegeven om wat meer inzicht te verschaffen. In de dagelijkse praktijk zal de metadata afhandeling plaatsvinden binnen de applicaties die je daarvoor gebruikt. Op photometadata.org staan handleidingen met betrekking tot dit onderwerp voor een aantal veelgebruikte applicaties:

Wanneer je vóór 2005 al metadata hebt toegevoegd en/of aangepast in je foto’s dan heb je meer reden om je in deze materie te verdiepen dan wanneer je nog niet zo lang geleden bent begonnen. Voor 2005 waren er namelijk nog nauwlijks applicaties die de gegevens in de XMP sector wegschreven zoals dat nu de voorkeur heeft. Al die data staat dus nog in de ‘oude’ IPTC (IIM) sector. Je huidige DAM applicatie zal daar wel goed mee om moeten kunnen gaan en deze velden op zijn minst moeten uitlezen. Test dit dus goed voordat je tot aanschaf overgaat van een (nieuwe) applicatie.

Karakter sets (ASCII, ANSI, UTF-8, ETC):
Voordat je concrete meta data aan je afbeeldingen gaat toevoegen is het goed je een beetje te verdiepen in de te gebruikern karakters, vooral wanneer het waarschijnlijk is dat je vreemde leestekens zult gaan gebruiken of wanneer je EXIF velden gaat muteren.
Het is namelijk niet vanzelfsprekend leestekens (vooral vreemde) overal ter wereld correct zullen worden weergegeven. Het ASCII teken 227 bijvoorbeeld (ALT+227) geeft op ons toetsenbord een Ò te zien maar in Amerika een π en in centraal Europa een Ń.


Ik zal er hier niet al te diep op ingaan maar onhoud dat UTF-8 volgens wikipedia het beste geschikt voor toepassingen rondom meta data. Ook niet-ASCII tekens zullen dan correct worden weergegeven op iedere pc. Je kunt je natuurlijk ook beperken tot het gebruik van alleen ‘gewone’ leestekens.

Wat nu?
Wanneer je rekening wilt houden met alle aspecten die ik hier heb genoemd kun je daar misschien wel een dagtaak aan krijgen. En dat terwijl je helemaal niet achter je computer wilt zitten maar liever naar buiten gaat om foto’s te maken!
Aan de andere kant wil je hoogstwaarschijnlijk wel dat anderen jouw foto’s te zien krijgen, zowel nu als in de toekomst. Een goede organisatie is dan van belang en ik hoop dat de kennis daarvoor met behulp van dit artikel iets is toegenomen zodat je jezelf op cruciale momenten de goede vragen kunt stellen. Bijvoorbeeld bij de aanschaf van een (nieuw) beheer/catalogus programma om je foto’s mee te beheren.

Wanneer je de opgedane kennis wilt gebruiken om je foto’s beter vindbaar te maken op internet (SEO – Search Engine Optimization) dan komt daar nog heel wat meer bij kijken. Deze verdieping op de materie zal ik een andere keer aanbrengen.

zondag 1 mei 2011

Gestolen camera? Vind hem terug dankzij metadata!

Terugkerende bezoekers van m’n blog weten dat het gebruik van metadata een beetje een stokpaardje van me is. Echter ben ik niet de enige, gezien de toepassing die Matt Burns gemaakt heeft om met behulp van metadata je gestolen camera terug te vinden. Althans , als je over Google Chrome of Firefox beschikt…

Wanneer je een foto ,die gemaakt is met de betreffende gestolen camera, op de startpagina van 'Stolencamerafinder' sleept, wordt het serienummer uit de metadata (concreet gaat het hier om de EXIF gegevens) van de betreffende foto uitgelezen. Dit wordt vervolgens weer gebruikt om het internet af te zoeken naar foto’s die dit serienummer bevatten en dus met de betreffende camera of smartphone moeten zijn gemaakt.

Mocht je geen zoekresultaten krijgen dan biedt de site een optie om een ‘missing camera report’ in te vullen. Je krijgt dan een e-mail wanneer er later alsnog zoekresultaten ontstaan.

Met Chrome en Firefox kun je rechtstreeks een foto op de pagina slepen maar mocht je alleen over Internet Explorer beschikken of geen foto’s bij de hand hebben, dan kun je ook alleen het serienummer intoetsen.

http://www.stolencamerafinder.com/

Aanvulling medio januari 2014:
Er is nu ook 'Lenstag', een gratis online service voor iOS, Android en je webbrowser om eenvoudig de serienummers van je objectieven te registreren. Het idee is dat mensen voor aankoop van een objectief eerst even checken of hij niet als gestolen geregistreerd staat.

http://digital-photography-school.com/lenstag-camera-theft?utm_source=feedburner&utm_medium=twitter&utm_campaign=Feed%3A+DigitalPhotographySchool+%28Digital+Photography+School%29 

Nog een aanvulling:
Metadata kan voor nog meer handige toepassing gebruikt worden zoals bij het kopen van tweedehands apparatuur: https://digitaalfotobeheer.blogspot.nl/2013/07/metadata-bij-fotos-handig-en-wel-om.html