vrijdag 1 september 2017

Zijn mijn argumenten voor het DNG-formaat ‘FUD’?

Kortgeleden kreeg ik van een collega fotograaf het verwijt dat ik aan FUD doe bij de discussie over het gebruik van het DNG formaat (VolgensWikipedia is FUD een afkorting voor Fear, Uncertainty, and Doubt. In het Nederlands: 'Angst, Onzekerheid en Twijfel').

Een belangrijk onderdeel in mijn Foto workflow is het DNG formaat en daarover schreef ik verschillende malen op deze blog. Het verwijt dat ik kreeg was dat ik (o.a) niet-steekhoudende argumenten zou gebruiken (en die daarom FUD zouden zijn).
Op zich had mijn gesprekspartner gelijk dat bepaalde argumenten beter zijn dan andere maar ik bedrijf geen politiek en ik heb ook geen belangen in Adobe. Mijn voorkeur voor DNG is puur gedreven vanuit de overtuiging dat er meer voordelen dan nadelen aan zitten en dat is een optelsom van veel verschillende zaken.

Mijn belangrijkste argument is dat DNG mijn volledige workflow een stuk eenvoudiger maakt. Dat werkt niet alleen sneller maar het elimineren van handmatige tussenstappen geeft ook veel minder kans op fouten en daarmee het risico op verlies of beschadiging van je foto’s. Dit argument werd overigens valide bevonden door mijn gesprekspartner maar de volgende twee argumenten werden als FUD beschouwd:

Het validatiemechanisme
Met de DNG validatie optie in Lightroom kun je periodiek checken of al je bestanden nog goed zijn (mits dat DNG bestanden zijn). Mocht er ergens een bit zijn ‘omgevallen’ dan toont Lightroom je het betreffende bestand. Je kunt dan een back-up terugzetten van het betreffende bestand en aanvullend onderzoek doen naar waarom de corruptie heeft plaatsgevonden (is je harde schijf aan het overlijden bijvoorbeeld?).
Het argument waarom dit FUD zou zijn was dat validatie op zich je bestanden niet tegen data-corruptie beschermt. Daarom zou het geen extra beveiliging zijn, corrupte bestanden zouden bovendien geen andere bestanden besmetten.

Nu, met beide stellingen ben ik het oneens. Data corruptie ontdek je niet zo snel, vooral niet wanneer je duizenden foto’s hebt. Het is onmogelijk om die periodiek allemaal even te openen om te zien of ze nog goed zijn. Een geautomatiseerde optie zoals Lightroom die biedt geeft je in een paar minuten zekerheid dat alle foto’s nog onbeschadigd op je computer staan. Ik heb er een gewoonte van gemaakt om deze check uit te voeren voor iedere back-up. Hiermee voorkom ik dat beschadigde bestanden (wat formeel gezien gewijzigde bestanden zijn en daarmee in aanmerking komen om geback-upt te worden) naar de back-up gaan. In het geval je voor je back-up gebruik maakt van een eenvoudig synchronisatieprogramma overschrijft dan het foute bestand het goede bestand en zou je dus kunnen zeggen dat je een besmetting hebt. Dat is dan meteen het antwoord op het tweede tegenargument. Weliswaar maken ‘echte’ back-up programma’s gebruik van versiebeheer en loopt het niet zo’n vaart met deze ‘besmetting’ maar het is wel zo dat over het algemeen niet oneindig veel versies worden bewaard. Op een gegeven moment vervalt je goede bestand dan en hou je alleen een corrupte versie over in je back-up.

Vandaar dus dat het DNG validatiemechanisme een zeer belangrijke schakel is in mijn workflow. Alleen vanwege het bestaan van dit mechanisme durf ik te vertrouwen op een volledige magnetische back-up. Voorheen maakte ik zo snel mogelijk nadat de foto’s waren overgezet naar de computer (en goed waren bevonden) een kopie naar DVD (en later BlueRay) disks. Dit zijn WORM media (Write Once, Read Many), wanneer een foto op je computer op een bepaald moment corrupt raakt, dan beïnvloed dat zo’n kopie nooit. Helaas hebben deze optische schijven hun eigen nadelen en bovendien was het erg arbeidsintensief. Daarom was ik erg blij dat DNG validatie kwam!

M’n gesprekspartner vond dat wanneer je er na 5 jaar achter komt dat een foto corrupt is dat dit niet zo erg is omdat je hem dan alsnog terug kunt zetten vanaf een back-up. Zoals hierboven uiteengezet gaat dit alleen op bij oneindig versiebeheer. In de praktijk is dit nooit het geval en ben je de foto kwijt.

Het tweede argument dat als FUD werd beschouwd was de ondersteuning voor bestandsformaten. Camerafabrikanten hanteren allemaal hun eigen (legacy) formaten en mijn argument was dat je daar op een bepaald moment last van kunt krijgen omdat het betreffende formaat bijvoorbeeld niet meer ondersteund wordt. Hij bracht daartegen in dat je op dat moment de betreffende bestanden altijd nog om kunt zetten naar DNG. Feitelijk is dat juist natuurlijk maar ook hier moet je dan wel tijdig ‘ontdekken’ dat je met niet-ondersteunde bestandsformaten zit. In het geval van (semi)professionele fotografen is dit risico beperkt omdat die precies weten hoe het zit. Anders is het echter met derden die deze bestanden in handen krijgen (bijvoorbeeld na overlijden van een fotograaf). Een oproep van iemand in een forum maakte me hier attent op. Hij had foto’s van een Kodak DC40 toestel uit 1996 die hij niet kon openen in de gangbare softwarepakketten. Mijn opponent gaat ervan uit dat, wanneer je wilt dat je erven foto’s krijgen, je ze geen ‘negatieven’ moet geven maar JPG of TIF-bestanden. Daar kan ik deels in mee gaan was het niet dat ikzelfk wel erg blij was met de (fysieke) dia’s en negatieven die m’n (groot)ouders hebben nagelaten (naast hun fotoboeken uiteraard). Ik kan daar tegenwoordig veel meer mee dan zij destijds. Vermoedelijk zal dat met mijn digitale negatieven (DNG’s) niet anders zijn straks. Ik wil het m’n nageslacht zo gemakkelijk mogelijk maken door ze één open gedocumenteerd formaat te geven. 

Jullie mogen het zeggen, is dit FUD?

woensdag 2 augustus 2017

Boekreview ‘Digitizing your photos with your camera and lightroom’ van Peter Krogh



Peter Krogh is bij veel fotografen bekend geworden om zijn DAM boeken, ook ik was erg enthousiast over veel zijn titels (DAM book for photographers 1 en 2, Organizing your photo’s with Lightroom 5 en Multi-catalog workflow with Lightroom 5).

Vooral van het eerste DAM book heb ik enorm veel geleerd en ik heb het boek dan ook helemaal stukgelezen:



Mijn inmiddels ‘losbladige’ eerste DAM book

Nu heeft Peter heel recent dus een boek uitgebracht over het digitaliseren van foto’s met behulp van je camera en Lightroom. Nu heb ikzelf al mijn negatieven en dia’s een poos geleden al gescand (zie ook eerdere artikelen als deze en deze) maar ik was toch nieuwsgierig naar zijn ervaringen en tips. Ik heb hem dan ook gevraagd om een exemplaar voor een review en deze een paar weken geleden ontvangen.

Het boek is ‘multimediaal’ in de zin van dat het om een elektronisch boek gaat. In de download (een Zip bestand) zitten een 26 Mb PDF bestand en 13 folders (voor ieder hoofdstuk 1) met bijna 2 Gb aan videobestanden. Vanuit het PDF boek (246 pagina’s) worden de video’s gestart (9 uur).

Naast de PDF download is er ook een DVD versie beschikbaar en komt er binnenkort een EPUB versie uit.

Op mijn Mac werden de video’s in eerste instantie niet gestart door er in de PDF op te klikken vanuit Preview of Foxit PDF maar omdat ze duidelijk genummerd zijn was het eenvoudig om ze vanuit de Mac Finder aan te klikken. Op m’n Windows computer konden de video’s overigens wel gewoon vanuit de PDF worden gestart. Met Adobe Acrobat Reader zou het ook op de Mac goed moeten werken.



Het boek is niet alleen bedoeld voor mensen die hun familiearchief willen scannen maar ook voor organisaties met een collectie analoog materiaal en die nog niet weten hoe ze dit willen digitaliseren. Voor iedereen die verantwoordelijk is voor een collectie afbeeldingen zeg maar. Met het boek in de hand kunnen naar mijn mening ook niet-professionele fotografen uit de voeten.

Zoals de titel van het boek al aangeeft beschrijft Peter alleen scenario’s met een centrale rol voor de fotocamera. Dus hoewel digitaliseren ook mogelijk is met bijvoorbeeld scanners is dat niet de invalshoek van het boek. Veel van de besproken zaken uit het boek kun je echter prima gebruiken wanneer je met scanners aan de slag mocht gaan.

De reden om het alleen over camera scans te hebben is dat dit eigenlijk de nieuwe standaard is geworden bij organisaties die grote collecties beheren. Bovendien zijn er al boeken over het digitaliseren met scanners zoals “Scanning negatives and slides” van Sascha Steinhoff.

H1 Overzicht van het hele proces

Zaken waar je in eerste instantie niet bij stil staat en waar het boek je toch attent op maakt hebben bijvoorbeeld te maken met rechten die op foto’s kunnen zitten wanneer je een familiearchief gaat scannen. Foto’s uit trouwreportages bijvoorbeeld die door een professionele fotograaf zijn gemaakt mag je niet zomaar reproduceren en distribueren. Het boek beschrijft veel zaken rondom copyright e.d. maar belangrijk om te weten is dat de Europese situatie op onderdelen anders kan zijn. Het boek zet je waarschijnlijk wel op het goede spoor maar het is goed om zelf even nader onderzoek te doen. Bedrijven zullen een jurist in huis hebben die weet hoe het in Nederland zit. In deze vrij toegankelijke addendum van het boek is aanvullende informatie beschikbaar: https://thedambook.com/dyp/copyright/

H2 Hardware mogelijkheden

Vanuit het perspectief van zowel de ‘thuis-scanner’ als de professional die bijvoorbeeld werkzaam is voor een museum worden diverse componenten en opstellingen doorgenomen, Camera’s, Lenzen, Copystands, Verlichting, accessoires, etc. Daarnaast worden diverse technieken besproken zoals gepolariseerd licht om reflecties tegen te gaan.

Voor wat betreft de camera’s worden niet zozeer bepaalde modellen besproken maar wel welke eisen je eraan moet stellen in de zin van resolutie, lenzen e.d. Een van de (vele) praktische tips uit het boek is om vooral voor een model te gaan dat kan ‘tetheren’ met Lightroom. Je sluit de camera dan aan op de computer (laptop) en bedient de camera dan vanaf daar. De foto’s (scan) komen dan rechtstreeks in Lightroom binnen waar je ze direct in groot formaat kunt beoordelen en verwerken. Met tethering kun je een aanmerkelijk efficiëntere worfklow inrichten dan zonder.

H3 Voorbereiding van de te scannen collectie

Omdat iedere collectie weer anders is voor wat betreft soort media, betrokkenen, prioriteiten en doel verschilt ook de aanpak waarmee je het gaat digitaliseren. Dat vraagt telkens om een andere voorbereiding. Dit hoofdstuk geeft daarvoor een hoop referentiemateriaal waarvan je gebruik kunt maken om je het beste voor te bereiden op je eigen project.

De onderdelen die uitgebreid worden toegelicht zijn: Verzamelen van het materiaal, het beter bewaren van het materiaal (na het scannen) dan zoals je het hebt aangetroffen, onderverdelen op soort, Identificeer afbeeldingen met een grote (historische of emotionele) waarde, prioriteer (wil je iets gebruiken voor en aankomende gebeurtenis?), documenteer wat je doet en bewaar iets voor later (tagging, namen toevoegen e.d. kan efficiënter wanneer het materiaal eenmaal digitaal is).

Breng een relatie aan met waar het oorspronkelijke materiaal zich bevindt, groepeer ze logisch (m.b.v. codes) en zorg voor een consistente naamgeving waarin die code gebruikt wordt.

Een goede tip vond ik om na de triage allereerst een ‘pilot’ uit te voeren op een afgebakende set originelen. Dit om al je aannames tijdens de voorbereidingen te toetsen. Je hebt dan gelegenheid om zaken aan te passen voordat je ‘echt’ aan de slag gaat.

Wat verder interessant is dat Peter verwijst naar de FADGI guidelines voor mensen die nog een stapje verder (technischer) willen gaan:



In een aantal gevallen is het boek een gebruikersvriendelijker versie van deze guidelines maar er zijn ook (belangrijke) verschillen. Wanneer je verantwoordelijk bent voor het digitaliseren van cultureel erfgoed dan is het zeker goed om je met de guidelines verder te verdiepen. Het kan (zonder kosten) worden gedownload op http://www.digitizationguidelines.gov/guidelines/digitize-technical.html

H4 Overzicht van het digitale domein (opslag, bestandsformaten e.d.)

Dit hoofdstuk beschrijft het hele digitale domein als opslag, back-up, cloud, bestandsformaten en de rol van Lighroom daarin. Een heel zinvol advies aan mensen die niet eerder met Lightroom gewerkt hadden is om het hoofdstuk 2 keer te lezen, namelijk nogmaals na hoofdstuk 5.

Bij het deel over back-ups en clouddiensten vond ik het wel vreemd dat bij de opsomming Crashplan ontbrak. Dit is namelijk een hele betaalbare dienst met een goede reputatie die door veel fotografen wordt gebruikt.

H5 De rol van Lightroom in het proces

Lightroom wordt door Peter Krogh ingezet als centrale commandopost voor het hele digitaliseringsproces, van het gecontroleerd binnenhalen van scans, kwaliteitscontrole van de reproductie, herstellen van onvolkomenheden, toevoegen van algemene en specifieke metadata, gezichtsherkenning, maken van afdrukken, boeken en presentaties tot de integratie met online services.

De instructievideo’s waarin hij laat zien hoe je scans van zwart-wit- en kleurennegatieven omzet naar ‘ normale’ positieve beelden zijn erg informatief. Er zijn zelfs gratis presets (voorinstellingen) te downloaden waarmee je nog sneller tot resultaten komt.

Voor kleurennegatieven is het beter om je eigen presets te maken en ook daarvan wordt stap voor stap uitgelegd hoe je dat voor je eigen verschillende type negatieffilms doet.

H6 Kwaliteit beoordelen en behouden

Het digitaliseren van foto’s met behulp van je camera heeft voordelen met betrekking tot snelheid, kosten en kwaliteit ten opzichte van de meeste andere methodes. De eerste twee spreken voor zich maar voor de derde, kwaliteit, is wel extra aandacht nodig. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op standaarden, hoe je je apparatuur (camera, lens, monitor) ijkt en hoe je omgaat met stof. Hoe je je camera goed positioneert t.o.v. het te digitaliseren materiaal, de belichting evenredig is, je reflecties minimaliseert en om kunt gaan met kleurcorrecties. Alles aan de hand van heldere praktijkvoorbeelden.

H7 Foto’s en documenten digitaliseren

Technisch gezien is dit de eenvoudigste categorie documenten om te digitaliseren en Peters advies is dan ook om hiermee te beginnen. De handigheden die je hier leert kun je goed gebruiken bij de technisch meer uitdagende doorzichten als dia’s en negatieven.

Het hoofdstuk start met een checklist die alle besproken facetten in het boek nog eens samenvat zodat je niets vergeet.

Hoewel het voor de meeste Lightroomgebruikers vrij standaard tools zijn die Peter gebruikt is het toch leerzaam om hem in de video’s aan het werk te zien. Althans, ikzelf weet nu bijvoorbeeld dat de Kroptool aanmerkelijk efficiënter is te gebruiken dan zoals ik die tot nu toe (dagelijks) gebruikte.

Een erg interessante paragraaf gaat over fotoalbums en de vraag of je de foto’s daaruit moet halen of juist in zijn context zou moeten laten. De maker heeft tenslotte zijn of haar best gedaan om daar een samenhangend iets van te maken en alleen al daarom voegt dat bepaalde informatie toe. Daar staat tegenover dat veel (oude) albums niet zuurvrij zijn en daarom de foto’s die erin geplakt zijn zullen aantasten. Met de tips uit het boek ben je beter in staat om daar een afgewogen keuze in te maken voor jouw specifieke albums. De bijbehorende video’s laat diverse methodes zien waarop je pagina’s uit een album toch zo vlak mogelijk kunt fotograferen.

H8 Dia’s en transparanten digitaliseren


Ook hier start het hoofdstuk met een checklist. De voorbereidingen zijn namelijk (iets) anders dan bij foto’s en documenten. Over hoe je om kunt gaan met stof bijvoorbeeld.

H9 Zwart-wit negatieven digitaliseren


Het scannen van zwart-wit negatieven heeft overeenkomsten met het scannen van dia’s maar er zijn ook enkele belangrijke verschillen waaronder het omzetten van een negatief beeld naar een positief. Dit hoofdstuk gaat daar dieper op in.

H10 Kleurennegatieven digitaliseren

De strategie voor het digitaliseren van kleurennegatieven is hetzelfde als die van zwart-wit alleen het bewerken achteraf is een stuk lastiger, zeker vergeleken met scannersoftware. Dit hoofdstuk laat zien dat het echter mogelijk is om met Lightroom een goed resultaat te behalen maar het beschrijft ook een alternatieve workflow met Silverfast* die betere resultaten** kan opleveren maar wel minder efficiënt is, vooral wanneer je de hoogste kwaliteit via (lineaire) DNG bestanden nastreeft.

Van alle vier besproken media zijn kleurennegatieven het moeilijkst en het kan zijn dat de gewenste kwaliteit toch niet behaald wordt. Dan geeft het scannen van al je materiaal in ieder geval een mooi overzicht en toegang. Bepaald materiaal kun je uiteraard altijd nog met andere methodes digitaliseren (scanners) of dat laten doen door een commerciële dienst. Dit is vergelijkbaar met mijn eigen overwegingen toen ik begon met het digitaliseren van mijn collectie (zie evt m’n blog’s over het scannen van m’n negatieven en die van de dia’s).

* Silverfast is software gespecialiseerd voor het optimaal scannen van doorzichten als dia’s en negatieven

** Automatische kleurcorrectie voor kleurennegatieven en gezichtsherkenning (Lightroom herkent ml. geen gezichten van negatieve afbeeldingen)


H11 Afbeeldingen herstellen en verbeteren


In eerste instantie laat Peter zien hoe je snel eenvoudige correcties aanbrengt waarmee je veel foto’s in korte tijd kunt ‘behandelen’ zodat ze beoordeeld kunnen worden. Daarna laat hij zien hoe je specifieke problemen kunt oplossen zoals foto’s die door blootstelling aan daglicht verkleurd of vervaagd zijn.

Verder natuurlijk aandacht voor stof, (droog)vlekken en krassen.

Momentopnamen en virtuele kopieën lenen zich ervoor om verschillende bewerkingen van een foto te bewaren zonder dat je ‘echte’ dubbele bestanden krijgt.

Voor de verschillende soorten scans, foto’s, dia’s, zwart/wit- en kleurennegatieven laat het boek verschillende praktijkvoorbeelden zien om specifieke problemen voor die categorie op te lossen. Soms biedt Lightroom niet genoeg mogelijkheden en het boek beschrijft dan hoe je de afbeeldingen naar Photoshop kunt halen.

H12 Afbeeldingen ‘taggen’

Een van de voordelen van het digitaliseren van analoog materiaal is dat je er gemakkelijker informatie (metadata) aan toe kunt voegen. Dat maakt het mogelijk om zaken te classificeren en om foto’s eenvoudiger terug te vinden op persoon, locatie of gebeurtenis. Door hiermee bezig te zijn ontstaat bovendien meer kennis van de betreffende familieleden, hun onderlinge verhoudingen en de tijd waarin ze leefden. Vanuit een bepaald perspectief is dat natuurlijk heel waardevol.

Het toevoegen van deze gegevens kan heel arbeidsintensief zijn en Peter knipt het proces dan ook op in een logische volgorde, van algemeen naar specifiek en te beginnen met zaken die de meeste waarde toevoegen.

Peter adviseert ook om de foto’s te classificeren t.b.v. presentatie op een bepaald moment. Omdat ook de achterkant van foto’s is gefotografeerd en randen van dia’s, enveloppen of andere verpakkingen met tekst wil je niet dat die in diashows tevoorschijn komen. Ook wanneer je een foto naar Photoshop hebt gebracht om hem verder te bewerken is er een duplicaat ontstaan welke je waarschijnlijk wilt tonen en niet het RAW bestand waar die vanaf is geleid. Door deze bestanden consistent te labelen kun je daar later gemakkelijk onderscheid in aanbrengen ten behoeve van bijvoorbeeld diashows. Het boek beschrijft hiervoor een methode met kleurlabels.

Ook de methode om een hiërarchische trefwoordenset op te bouwen is praktisch van aard. Door te kijken naar de keuzes die Peter maakt helpt dit bij het maken van je eigen keuzes. Voor bijvoorbeeld locaties en mensen. Verder wordt nog uitgelegd hoe je gebruik kunt maken van slimme verzamelingen om de status van al het (tagging) werk bij te houden, vooral van de foto’s die nog ‘behandeld’ moeten worden.

Ook gaat het hoofdstuk (niet al te diep) in op het waarderen van de foto’s met behulp van sterren (0 t/m/ 5). De andere DAM boeken behandelen dit deel veel uitgebreider maar het is voldoende voor deze context.

Verder worden er een aantal technieken besproken om gemakkelijker informatie toe te voegen aan foto’s zoals met OCR (software die tekst op een foto kan omzetten in ‘echte’ tekst welke vervolgens doorzoekbaar is).

Tenslotte worden er verschillende soorten rechten besproken zoals die op foto’s kunnen rusten en hoe je Lightroom kunt gebruiken dit te managen.

H13 Beheren, creëren en delen

Dit hoofdstuk gaat in hoe je (gedeeltes van) de nieuwe collectie deelt met anderen of er met familie aan kunt samenwerken en hoe je nieuwe verhalen kunt creëren. Dit kan met behulp van print (foto’s, albums e.d.) of digitaal zoals dia shows en on-line services. Van de services die worden besproken; SmugMug, Photoshelter Libris en Lightroom Mobile worden de eerste twee volgens mij in Nederland niet zo veel gebruikt. De manier waarop je foto’s op dit soort sites publiceert vertoont echter een grote overeenkomst. Veel sites hebben bovendien integratiemogelijkheden met Lightroom.

Peter verwacht echter steeds meer van Lightroom web / mobile en inderdaad is de integratie daar nu al erg goed. Een nieuwe optie waar het boek nog niet over schrijft is dat anderen nu ook met je kunnen samenwerken aan online foto’s zonder dat ze een Adobe ID hoeven te hebben. Sinds kort (19 juli 2017) kan dit namelijk ook via een Facebook of Google ID. Hierdoor is het voor veel mensen laagdrempeliger geworden om het te gaan gebruiken.

Mooi hoe het boek eindigt met een privéproject van Peter waarin hij allereerst het resultaat laat zien, een diashow die het verhaal vertelt van een familievriendschap over vier generaties. Daarna laat hij zien hoe hij daarvoor de technieken heeft gebruikt die eerder in het boek zijn beschreven.

Extra resources

Vanuit de meeste hoofdstukken wordt nog verwezen naar extra (online) resources die ook zonder het boek toegankelijk zijn. Zonder de context van het boek wellicht niet altijd even bruikbaar maar neem vooral even een kijkje om een indruk te krijgen van de materie:




Dus mocht je geïnteresseerd zijn in de materie waarover het in dit boek gaat neem dan vooral hier alvast even een kijkje: https://thedambook.com/resources/

Conclusie

In eerste instantie vroeg ik me af waarom er aparte hoofdstukken nodig waren voor het scannen van foto’s, dia’s, zwart-wit- en kleurennegatieven (Hoofdstuk 7, 8, 9 en 10). Dit omdat er best wat overlap in workflow is en dat aspect valt als eerste op. Echter zijn het de verschillen die het onderscheid rechtvaardigen. Vooral wanneer je het boek als naslagwerk wilt raadplegen voorafgaand aan een scanklus dan hoef je alleen maar te focussen op het betreffende hoofdstuk, handig.

Het boek gaat grondig in op alle aspecten die je tegenkomt wanneer je je collectie gaat digitaliseren en daarom waardevol voor iedere particulier of organisatie die voor een dergelijke klus staat. Het helpt je niet alleen met de keuzes en voorbereidingen daarvoor maar geeft ook talloze praktijktips voor de concreet uit te voeren werkzaamheden. Toen ikzelf voor een dergelijke klus stond heb ik heel veel zelf moeten uitvinden over de besproken onderwerpen, ik had dit boek er toen zeker graag bij willen hebben!

De afwisseling tussen tekst en video geeft een mooie balans en het digitale concept zorgt ervoor dat je snel weer toegang hebt tot een specifiek onderwerp wanneer nodig door te zoeken op trefwoord.

Het boek kost 35,- dollar en is verkrijgbaar op Amazon of rechtstreeks bij Peter in zijn bookshop.


Aanvulling dd 28 aug 2017: De nieuwe Nikon D850 blijkt een optie te hebben om gescande negatieven meteen naar postieven om te zetten (link). Dit maakt de hele exercitie een stuk gemakkelijker.

vrijdag 14 juli 2017

Publieke versus privé metadata bij foto’s


Eerder schreef ik al eens over zowel de gevaren van metadata als de voordelen (hier en hier) van meta data bij foto's. 
Je moet er dus bewust mee omgaan om er optimaal gebruik van te kunnen maken (Voor wie eerst wil weten waar het over gaat met ‘metadata’ adviseer ik om dit artikel te lezen).

In bepaalde gevallen wil je dat metagegevens juist onderdeel van je foto’s worden zodat de informatie  overal beschikbaar is daar waar de foto gebruikt wordt. Copyright en/of contactinformatie bijvoorbeeld!

Andere informatie echter wil je waarschijnlijk liever privé houden zoals de GPS coördinaten van je huis... 
Ook de informatie die je om organisatorische redenen aan je foto’s hebt toegevoegd zul je meestal niet willen niet onthullen, hetzelfde geldt voor de klantspecifieke zaken of hoe je de foto gemaakt hebt. Ik gebruik hier Lightroom voor.

Lightroom
Er zijn diverse manier om metadata privé te houden met behulp va Lightroom.

Lighroomdatabase
Allereerst, ALLES wat je in Lightroom doet met een foto (dus ook het aanpassen van metadata) blijft in eerste instantie in de database van Lightroom (Catalogus). De oorspronkelijk foto op je harde schijf verandert dus niet.

Metadata als titel, beschrijving en trefwoorden zijn in principe dus al privé, tenzij.

Afgeleide bestanden
Wil je een foto gebruiken voor bijvoorbeeld een website dan moet je die vanuit Lightroom eerst ‘exporteren’. Op dat moment heb je de keuze of je metadata wilt meegeven aan deze (nieuwe, afgeleide) foto en welke:


Verzamelingen, Slimme verzamelingen en verzamelingensets
Een van de manieren om je foto’s te organiseren binnen Lightroom is met verzamelingen, slimme verzamelingen en verzamelingensets. Over wat dit precies zijn en hoe het werkt ga ik in dit artikel verder niet in maar in het kort is dit een (beter) alternatief voor het organiseren van je foto's met folders (mappen):


Informatie over bijvoorbeeld klanten of wat je gedaan hebt kun hier prima in kwijt. Wanneer je een foto exporteert (zie hierboven) komt deze informatie NIETmee naar het afgeleide bestand maar blijft achter in Lightroom. Daarmee lenen verzamelingen, slimme verzamelingen en verzamelingensets zich prima voor het onderbrengen van privé informatie.

Hiërarchische trefwoorden
Een andere manier om je foto’s te organiseren is met trefwoorden en hiërarchische trefwoorden zoals in onderstaand voorbeeld met locaties:



Een dergelijke hiërarchie wordt ook vaak gebruikt voor klanten/opdrachten/sessies/

In tegenstelling tot verzamelingen kunnen trefwoorden wel in de export mee worden genomen naar de afgeleide bestanden. Zelfs de hiërarchie kan daarin worden gehandhaafd door die optie in het exportmenu aan te vinken:

Dus ondanks dat het een expliciete keuze moet zijn om deze data te exporteren en bovendien dit in het verleden niet altijd goed ging is er toch een risico dat op een bepaald moment ongewenste informatie aan een foto wordt toegevoegd en wordt gedistribueerd.

Big Note plug-in

Dit is een gratis plug-in van John Beardsworth die een extra veld toevoegt aan het meta-data-paneel van Lightroom. In dit veld kun je allerhande notities toevoegen aan je foto’s:


Alle informatie die je aan de Big Note veld toevoegt wordt alleen opgeslagen in de Lightroom database. Het wordt nooit weggeschreven naar het bestand zelf of als XMP sidecar bestand. Het veld kan ook niet  geëxporteerd worden dus ook niet per ongeluk.

Dit maakt het Big note veld ideaal om privé aantekeningen over een foto of een shoot bij te houden: de manier waarop je een klant het beste kan benaderen, (afwijkende) financiële afspraken, je set-up, etc.

Het Big note veld kan bovendien gebruikt worden in slimme verzamelingen.

Zoals gezegd, de plug-in kan gratis gebruitk worden en kan hier worden gedownload: http://www.lightroomsolutions.com/plug-ins/big-note/

donderdag 1 juni 2017

Foto’s organiseren in Folders of niet?

Wellicht vraag je je zelfs af of je je foto's überhaupt anders kunt organiseren dan met folders? 
Sinds dat we massaal de homecomputer zijn gaan gebruiken hebben we met z’n allen de organisatie met folders en subfolders (ook wel mappen genoemd) omarmd. 
We weten dus niet anders en dat is bij het organiseren van foto’s ook het geval. In fora en sociale media discussies zie ik dit thema heel vaak opduiken en er zijn (natuurlijk) voor- en tegenstanders om het al dan niet anders te doen.

In mijn blog van vorige maand ging ik in op de SLIM methode van Scott Kelby en een van de onderwerpen die ik daar besprak ging over bovenstaande vraag. Organiseer je je foto’s nu in folders of juist niet? Daar ben ik toen al even kort op ingegaan maar het leek me een mooi onderwerp om eens apart aandacht aan te besteden. Hoewel ik geen voorstander ben van het organiseren van je foto’s in folders probeer ik hier wel om dat zo goed als mogelijk te onderbouwen. Ikzelf ben (net als vrijwel iedereen) namelijk ook begonnen met het organiseren in folders en ik was daar destijds zelfs ronduit voorstander van. Ook ik had dus moeite met de paradigmashift; het idee om het anders te moeten/willen doen en dat dan ook daadwerkelijk te gaan doen. Toch ben ik uiteindelijk geswitcht en hier leg ik uit waarom en hoe.

Waarom organiseren in folders?
Folders (mappen) ‘voelen’ aan als de echte plek waar onze bestanden staan. Het geeft een gevoel van ‘in control zijn’ wanneer je een map aanmaakt met een bepaalde naam en je daar dan je foto’s in zet. Jij bepaalt wat de naam van de folder en de bestanden is en daardoor weet je ze later ook weer terug te vinden. Dit omdat je hoogstwaarschijnlijk dezelfde logica zult hanteren bij het opzoeken van een bestand als die je hanteerde bij het aanmaken.

Hoewel deze folderstructuur natuurlijk helemaal niet fysiek is zijn we deze virtuele weergave van een kantoorsetting (bureaublad, mappen e.d.) toch als zodanig zijn beschouwen. We slepen foto’s van de ene folder naar de andere maar in werkelijkheid blijft de data op de harde schijf gewoon op dezelfde plek staan. Alleen de index wijzigt en die geeft jou de indruk dat het bestand nu op een andere plek staat. Denk hier eens rustig over na.

We zijn dus eigenlijk al lang aan een virtuele omgeving gewend, echter zonder dat we daar erg in hebben. Ik ben er dan ook van overtuigd dat we snel kunnen wennen aan een andere virtuele omgeving, een die niet werkt met folders maar met ‘labels’. Het bestand wordt daarbij niet in een folder of map geplaatst maar er wordt een (of meerdere) labels aan gekoppeld. Wanneer je dan op zo’n label klikt zie je alle foto’s die van dat label zijn voorzien. Daar waar een foto (of ander bestand) maar in een folder kan staan (zonder duplicaten te hoeven maken) kan diezelfde foto van meerdere labels worden voorzien.

Voorbeelden
Iedereen die Gmail heeft herkent bovengenoemd principe waarschijnlijk wel. Ook daar gebruik je geen mappen om je mail in op te bergen (zoals bijvoorbeeld in Outlook) maar gebruik je zogenaamde labels. Een mail kan meerdere labels krijgen en verschijnt in beeld zodra je op een van die labels klikt. Het betreffende mailtje bestaat echter maar een keer en toch verschijnt het in alle verschillende categorieën die de labels vertegenwoordigen. Stel dat je hetzelfde in Outlook zou willen doen dan maak je waarschijnlijk een kopie van het betreffende mailtje en plaats je die in een andere map.

Voor foto’s die je in folders wilt beheren geldt iets soortgelijks. Stel, je bent op vakantie geweest naar Oostenrijk dan zou je mappenstructuur er als volgt uit kunnen zien:

Afbeeldingen/Vakanties/Oostenrijk 2017/

Of

Afbeeldingen/2017/Vakantie Oostenrijk

Of een andere structuur natuurlijk, er zijn talloze varianten te bedenken en je hebt zelf wel een idee hoe dit er in jouw omgeving uit zou gaan zien.

Stel nu dat je graag vogels, landschappen, architectuur en/of mensen fotografeert. De kans is groot dat je die ook graag wilt groeperen. Iets als:

Afbeeldingen/vogels/mus
Afbeeldingen/vogels/meeuw
Afbeeldingen/vogels/kraai

Je ziet dat het hier al veel lastiger wordt. Je moet iedere afzonderlijke foto beoordelen en op de juiste plek neerzetten. Helemaal lastig is het bij de foto’s van vogels die je gemaakt hebt tijdens je vakantie in Oostenrijk in 2017… Sleep je ze dan uit de vakantiemap naar de juiste vogelmap of maak je kopieën van de betreffende foto’s?. Wat denk je van een foto waarop zowel een Kraai als een Meeuw is te zien?

Soortgelijke problemen kom je tegen bij mensen op de foto’s. Groepeer je die per individuele persoon of op familienaam? Hanteer je bij vrouwen dan hun geboortenaam?
Wanneer je een virtuele groepering hanteert zoals ‘labels’ in Gmail (in andere programma’s heeft dit mechanisme vaak een andere naam. In Lightroom heet het bijvoorbeeld ‘Verzameling’) hoef je niet per se meer te kiezen, je kunt beide naast elkaar hanteren. Het ene sluit het andere niet uit, in tegenstelling tot folders.


Je zult wellicht redeneren (althans, dat deed ik) dat je foto’s toch ergens op de filesysteem (in folders) moeten staan. Dit kun je echter volledig geautomatiseerd aan Lightroom overlaten. Die doet dit op basis van de datum waarop de foto’s zijn gemaakt: 
De tijd die je hier ‘wint’ kun je dan besteden de ‘virtuele’ organisatie (In Lightroom bijvoorbeeld).

Overwegingen m.b.t. dubbele bestanden
Zoals je hebt gezien bestaat bij het organiseren in folders het risico dat er op een gegeven moment een kopie van een foto ontstaat. Beheerstechnisch kan dit in de toekomst problemen opleveren omdat je niet meer weet welk nu het origineel is. Wanneer de bestanden identiek zijn maakt dat natuurlijk niet uit maar wanneer een van beide is bewerkt of aangepast wel.

Overwegingen m.b.t. back-up
Wanneer je foto’s van de ene folder naar de andere folder verplaatst wordt dat door de meeste back-up programma’s als een verwijdering op de oude locatie gezien en een nieuw bestand op de nieuwe locatie.  Op een lokale harde schijf of een externe harde schijf is dit niet zo’n probleem maar over het netwerk (naar bijvoorbeeld een NAS of naar een online back-up) is dit wel een issue vanwege de beperkte bandbreedte van het netwerk. Het kost domweg veel tijd voordat de back-up klaar is. Wanneer er in de tussentijds iets met de originelen gebeurt heb je een probleem.

Dubbele bestanden (zie vorige overweging) nemen dubbel zo veel plaats in op de back-up (dubbele kosten) en kosten dubbel zo veel tijd om naar de back-up locatie te komen.

Na bovenstaande argumenten om van folders af te stappen als belangrijkste organisatie instrument voor m'n foto's volgt hieronder hoe dit dan concreet kan worden vorm gegeven in Adobe Lightroom.  

Hoe gaat dit dan concreet in Lightroom?
Eigenlijk biedt Lightroom je verschillende mogelijkheden om je werk te organiseren; met behulp van verzamelingen of met trefwoorden. Beide leg ik hieronder uit maar het is goed om te beseffen dat je ze niet beide hoeft te gebruiken maar een keuze kunt maken. Naast elkaar gebruiken van beide methodes mag en kan uiteraard wel.

Verzamelingen
Als eerste ga ik in op verzamelingen omdat die een grote gelijkenis hebben met folders.
Om de vergelijking met folders en subfolders verder door te trekken; we praten dan over ‘verzamelingensets’ en ‘verzamelingen’. De foto’s worden ondergebracht in verzamelingen en die verzamelingen kun je weer onderbrengen in verzamelingensets. Die sets kun je overigens weer onderbrengen in andere sets zoals hieronder is afgebeeld:

Het icoontje van een schoenendoos representeert dus een verzamelingenset en die kun je aanmaken door op de + te klikken in de balk met de titel ‘Verzamelingen’. Je ziet hier dat ik twee verzamelingensets op het hoogste niveau heb aangemaakt, een voor werk en een voor persoonlijk werk. Daaronder heb ik ook een aantal verzamelingsensets aangemaakt en op het ‘laagste’ niveau, betreft het dan de verzamelingen. Beide maak je op dezelfde manier aan met het + knopje.  

Waar ikzelf mee ben begonnen is een verzameling aanmaken voor iedere set foto’s die ik normaal gesproken bij elkaar in 1 folder zou plaatsen. Vaak een aansluitende reeks van een bepaalde gebeurtenis.

Bij opdracht 3 bij Klant C bijvoorbeeld ben ik ’s ochtends begonnen met groepsfoto’s, daarna met de individuele portretten en de rest van de dag ben ik op de werkplekken geweest om daar foto’s te maken. Bij terugkomst kan ik dan heel snel alle foto’s in de juiste verzameling onderbrengen door ze er eenvoudigweg naar toe te slepen. Ik maak ook vaak een verzameling met alle foto’s van de betreffende opdracht maar dat gaat eenvoudiger met een slimme verzameling maar daarover later meer…

Trefwoorden
Hoewel ikzelf dus ben begonnen met het nabootsen van mijn folderstructuur in verzamelingen (zie hiervoor) is mijn ervaring dat de groepering er eigenlijk helemaal niet toe doet... Het belangrijkste is dat je je foto’s maar terug kunt vinden op het moment dat je ze nodig hebt.

Het lastige is echter dat je deze zoekwens vooraf helemaal niet goed kunt voorzien...

Het overgrote deel van de zoekvragen die ik in mijn carrière kreeg van klanten en familie waren AdHoc. Ze sloten dan ook nooit aan bij de structuren die ik vooraf had bedacht. Toen ik dit een aantal malen bij de hand had gehad, heb ik besloten om mijn energie vooral te steken in het beter faciliteren van dit soort zoekvragen. Het mechanisme daarvoor heet ‘trefwoorden’ (keywords). Het voordeel daarvan is bovendien dat het systeem compatible is met andere systemen. Mocht ik ooit van Lightroom over willen stappen naar een ander fotobeheersysteem dan komen mijn trefwoorden gewoon mee. 

In mijn Workflow zorg ik er expliciet voor dat mijn foto’s van trefwoorden worden voorzien. Daarbij gebruik ik Lightroom trouwens ook (zodat ik het niet vergeet); Iedere nieuw binnengekomen foto wordt namelijk automatisch voorzien van wat ik een ‘helpertrefwoord’ noem. In dit concrete geval is dat @NogTrefwoordenToeTeVoegen

Alle foto’s krijgen dit woord dus standaard mee (net als mijn copyrightgegevens bijvoorbeeld), ik heb daar dan ook geen handmatige handelingen o.i.d. meer voor nodig.

Wanneer ik dan eens tijd heb ga ik een setje van deze foto’s (zie onderwerp ‘slimme verzamelingen’ hieronder) bij langs en voeg ik trefwoorden toe. Wanneer ik daar tevreden over ben verwijder ik het betreffende helpertrefwoord.

Om het proces van ‘keyworden’ enigszins behapbaar te houden maak ik wel onderscheid voor welke foto’s ik dit doe. Ik hanteer daarbij de logica dat wanneer ik een foto zoek ik eigenlijk alleen geïnteresseerd ben in de beste foto’s die aan mijn zoekcriterium voldoen. Ik besteed dus ook daadwerkelijk meer tijd aan mijn 4 sterrenfoto’s dan aan mijn 2 sterrenfoto’s wanneer het gaat om het toevoegen van trefwoorden (ditzelfde onderscheid pas ik toe bij het ‘ontwikkelen’ van mijn RAW opnames). 

Lightroom heeft uitgebreide zoekopties waarmee je foto’s kunt terugvinden. Je kunt daarbij zaken als trefwoorden (en andere zelf toegevoegde gegevens) combineren met gegevens die door je camera zijn toegevoegd zoals datum e.d. Op die manier kun je je zoekresultaten steeds verder ‘filteren’ totdat je het gewenste resultaat hebt:

In bovenstaand voorbeeld heb ik gefilterd op alle foto’s die gemaakt zijn op 16 februari 2014 met als trefwoord Hunebed met diafragma F5 en ISO 640 met vijf foto’s als zoekresultaat.

De rol van ‘slimme verzamelingen’
Wanneer het concept van trefwoorden in de plaats van verzamelingen duidelijk is kun je nog een abstractieniveau dieper gaan met ‘Slimme verzamelingen’. Daarmee kun je foto’s automatisch groeperen aan de hand van (heel veel verschillende) kenmerken van de foto’s zoals trefwoorden. Simpel gezegd zou je het kunnen beschouwen als een zoekopdracht zoals hierboven beschreven maar dan vooraf vastgelegd. Wanneer er dan een nieuwe foto wordt gemaakt die voldoet aan het criterium verschijnt die ook in het zoekresultaat (In dit geval lukt dat natuurlijk niet omdat de opnamedatum onderdeel is van de zoekopdracht).

Hoewel je slimme verzamelingen prima kunt gebruiken als alternatief voor ‘gewone’ verzamelingen worden ze over het algemeen toch anders gebruikt door fotografen, namelijk ter ondersteuning van hun workflow.
Wanneer de foto’s overkomen naar de computer worden er een aantal ‘helpertrefwoorden’ aan toegevoegd die overeenkomen met het werk dat ik aan al mijn foto’s wil doen. @NogTeWaarderen bijvoorbeeld en @LocatieToevoegen. Ik gebruik een @ teken ter onderscheid met 'gewone' trefwoorden. 

Met behulp van deze helpertrefwoorden maak ik slimme verzamelingen aan welke alle foto’s toont die dit trefwoord bevatten (alle nieuwe binnengekomen foto’s dus):

Op een moment dat ik eens tijd heb om een aantal te voorzien van een sterwaardering dan doe ik dat. Wanneer ik daarmee klaar ben verwijder ik het betreffende helpertrefwoord uit die foto’s (dat kan overigens bij de betreffende groep foto’s tegelijk). Ze verschijnen dan niet meer in de betreffende slimme verzameling. 

Hierboven is te zien dat er geen foto’s meer zijn die gewaardeerd hoeven te worden maar dat er nog wel een hoop zijn waar ik locatiegegevens aan toe zou moeten voegen en namen van personen: 

Locatiegegevens vind ik echter niet zo belangrijk, tegenwoordig probeer ik die automatisch mee te geven m.b.v. GPS. 

Namen is eigenlijk achterhaald met de huidige versie van Lightroom. Die heeft namelijk gezichtsherkenning waardoor het handmatig noteren van namen van personen op de foto’s in de trefwoorden eigenlijk niet meer nodig is. Dit doe ik dan ook al een tijdje niet meer en eigenlijk zou deze stap uit m’n workflow verwijderd kunnen worden.

Dit illustreert overigens nog iets en dat is dat je worfklow steeds aan verandering onderhevig is en dus nooit echt ‘af’ is.

Veel fotografen gebruiken de slimme verzamelingen net als ik, om bij te houden waar ze gebleven zijn met hun werk. Voor eenmalige zoekvragen volstaat de zoekfunctie, daarvoor hoef je geen slimme verzameling aan te maken.

maandag 1 mei 2017

Is de ‘Slim’ methode van Kelby wel zo slim?





Kortgeleden las ik een discussie in een forum over de ‘SLIM’ methode van Scott Kelby (link). SLIM staat voor Simplified Lightroom Image Management en de reden waarom Scott het heeft bedacht is sympathiek:

“It’s designed for regular everyday Lightroom users. It’s not for Lightroom experts who are have a plan that works in place; it’s not people who contribute stock images, it’s not for working journalists; it’s not for users who enjoy complex systems. It’s for “everybody else.” Regular photographers who just want a really simple way to organize and backup their images, and their catalog, and be able to find their images without a ton of effort and planning up front, so they can stop all the worrying and frustration and really enjoy Lightroom again.”

Voor alledaagse Lightroomgebruikers dus en juist niet gericht op professionals (fotografen, journalisten, etc) of doorgewinterde hobbyisten waar al voldoende hulpbronnen voor bestaan.

Bij nadere bestudering blijkt Kelby’s system zo eenvoudig dat het helaas de kracht van Lightroom onbenut laat, het schiet zijn doel volgens mij daarom voorbij.

Een interessante vraag is hoe een autoriteit op het gebied van Lightroom en Photoshop de uitgangspunten van Adobe (toen ze Lightroom zijn gaan ontwikkelen) zo bij zich neer legt. Er zijn volgens mij namelijk geen objectieve voordelen te halen uit zijn adviezen maar wel belangrijke nadelen. Laten we er eens een paar bij pakken:

1. Het hernoemen van de folders waarin de foto’s terecht komen

Kelby adviseert om in de foldernaam een beschrijving van het gefotografeerde op te geven, bijvoorbeeld ‘vakantie Oostenrijk’. Dit in tegenstelling tot wat Adobe propageert, namelijk een datum-gebaseerde folder structuur zoals ‘ 2016-09-16’

Voordelen van dit advies:

Je herkent aan de naam van de folder welke foto’s erin zitten, dus wanneer je door je collectie ‘browst’. Of dit werkelijk een voordeel is vraag ik me af. Wanneer je namelijk foto’s zoekt door middel van het browsen door je folders dan maak je geen gebruik van de kracht van een fotobeheerprogramma als Lightroom. Dit systeem zou je prima kunnen hanteren met alleen een browser zoals de Windows verkenner of Apple’s Finder, daarvoor hoef je dus geen duur programma aan te schaffen als Lightroom.

Nadelen van dit advies:

Een nadeel van dit hernoemen is dat dit mensenwerk is. Het kost je dus tijd. Lightroom ’s standaard datum-gebaseerde naam werkt volledig automatisch. Wanneer je nu de tijd die je hiermee bespaart zou besteden aan het toekennen van trefwoorden (vakantie Oostenrijk) aan de foto’s dan ben je wel toekomstbestendig bezig. Deze trefwoorden kun je namelijk later gebruiken om je foto’s weer terug te vinden. Het is namelijk vrij zeker dat je toekomstige zoekwensen nu nog niet helder zijn. Laat dit vooral even bezinken!

Mocht je in de toekomst ‘vakantie Oostenrijk’ willen zoeken dan kom je er wel met Kelby’s structuur maar het voorziet niet in zoekwensen waarover je vooraf niet hebt nagedacht. Wat bijvoorbeeld van een specifieke foto die je in Salzburg hebt gemaakt van een bepaalde kerk? Vooral wanneer je vaker in Oostenrijk bent geweest weet je misschien niet meer precies in welk jaar je de betreffende kerk hebt bezocht. Wanneer je nu je foto’s van trefwoorden hebt voorzien dan kun je zoeken op ‘Oostenrijk’ en ‘Salzburg’ en ‘Kerk’. Grote kans dat je de foto dan meteen hebt gevonden. Met het browsen door je folders zou je daar potentieel heel veel tijd mee kwijt zijn geweest.

Kelby zegt "Adding multiple keywords to a photo takes about a minute, finding a photo in an organised tree takes about the same, so why using that much time in adding keywords"

Hier ben ik het grondig mee oneens. Uit mijn eigen ervaring blijkt namelijk dat dit niet het geval is en dat het zoeken van foto’s door te navigeren door je folders erg inefficiënt is. Hij gaat er bovendien vanuit dat je net zo vaak zult zoeken als dat je foto’s in je structuur onderbrengt… Dat is natuurlijk niet zo. In werkelijkheid breng je maar een keer structuur aan maar zoek je veel vaker. Dit kun je dus niet zondemeer tegen elkaar wegstrepen.

Ook het feit dat er database gedreven fotobeheerprogramma’s bestaan als Lightroom, Expression Media e.d. illustreert naar mijn mening de behoefte aan organisatie die beter is dan met folders. Wanneer je niet gelooft in dit uitgangspunt, gebruik dan gewoon de Windows verkenner, Apple’s Finder of Adobe’s Bridge.

Bij grote gebeurtenissen in de familie, huwelijken, sterfgevallen e.d. ontstaan altijd zoekwensen waar je vooraf niet aan gedacht hebt. Een structuur bedenken doe je dan ook beter niet vooraf maar juist achteraf, op het moment dat je hem nodig hebt.

Trefwoorden zijn hierbij het krachtigste hulpmiddel, steek daar dus je tijd in en laat de foldernamen zoals Lightroom die voor je bedacht heeft over aan Lightroom. Dit kost je evenveel tijd maar biedt je veel extra’s. Het overlaten van de folderstructuur aan Lightroom heeft overigens ook andere voordelen zoals rondom bestandsbeheer; het veilig stellen en houden van je fotobestanden met back-ups e.d.

2. Het ‘spiegelen’ van verzamelingen (collections) met je folderstructuur

Wat mij betreft 100% verspilde energie. Wat Kelby hier adviseert is om een collectiestructuur in Lightroom (een soort ‘label’) aan te maken die gelijk is aan de structuur die je net hebt opgezet met folders. Ik snap wel waarom hij die collectiestructuur wil, omdat je de folderstructuur namelijk nergens in Lightroom ziet (behalve de bibliotheek). Verzamelingen daarentegen zie je overal, ook tijdens het ontwikkelen.

Adobe’s uitgangspunt is namelijk dat je de (logische) organisatie van je foto’s in verzamelingen doet en op dat principe heeft men Lightroom opgebouwd.

In plaats van meebewegen met dit principe steekt Kelby tijd en energie in het ‘spiegelen’ van informatie vanuit de folders naar collecties zodat die wel overal zichtbaar is. Het lijkt alsof Kelby hier op twee gedachtes hikt: enerzijds tegemoetkomen aan de gebruikers die gewend zijn om hun organisatie in folders te doen en daar het liefst bij willen blijven en anderzijds op het optimaal kunnen gebruiken van Lightroom. Deze tegenstrijdigheid wringt echter enorm en kost in dit geval daarom onnodige handelingen en verloren tijd.

Beter zou zijn om te kiezen: A). ik ga m’n organisatie doen met folders en gebruik dan een applicatie die daar geschikt voor is (Windows verkenner, Apple Finder, Adobe Bridge, etc).
Of B). ik conformeer me aan het ontwerp van Lightroom en probeer me die eigen te maken zodat ik de tooling optimaal kan gebruiken om m’n foto’s te beheren. In het laatste geval laat je de folderstructuur dan over aan Lightroom, die handelt het dan volledig automatisch voor je af. De organisatiestructuur (die je voorheen in folders deed) doe je in het vervolg dan met (slimme) verzamelingen en/of (hierachische) trefwoorden. Je zult merken dat dit hele krachtige instrumenten zijn om grip te krijgen en te houden op je foto’s en het werk daaromheen (workflow).

3. Het overzetten van de foto’s van toestel (of fotokaart) naar de computer

Kelby adviseert om dit zogenaamde ‘ingestion’ proces buiten Lightroom om te doen. Eerst de foto’s van je camera of kaartlezer naar je computer halen, daar dan de folder-reorganisatie (en het hernoemen) te doen en deze dan pas toe te voegen aan Lightroom.

Het importproces van Lightroom kan dit hele proces volledig geautomatiseerd voor je afhandelen en daarnaast nog veel extra’s. Ik begrijp dat het importproces van Lightroom een bepaalde leercurve heeft maar het is volgens mij goed om daar vanaf het begin af aan vertrouwd mee te raken, ook als beginner. Dit zorgt ervoor dat je later veel gemakkelijker in staat bent om er meer te halen en bovendien hoef je dan geen ‘ongewenste’ handelingen weer af te leren.

Tenslotte

Ik snap de bedoeling van Kelby uiteraard wel: handvaten geven aan mensen die net met Lightroom beginnen of zich er liever niet al te diep in willen verdiepen.

Toch denk ik niet dat de SLIM methode daarvoor de ideale oplossing is. Eenvoudig beginnen met Lightroom kan volgens mij ook zonder de uitgangspunten en principes ervan geweld aan te doen.

Ik stel dan ook voor om een nieuwe methode te ontwikkelen: ELF – Eenvoudig Lightroom Fotobeheer!








dinsdag 4 april 2017

Lightroom specifieke eigenschappen voor HDR en Panorama


Achtergrond
Sinds versie 6 van Lightroom of CC 2015 kun je HDR’s en Panorama’s genereren van een set andere foto’s. Die moeten dan natuurlijk wel met die bedoeling gemaakt zijn.

Een panorama maak je met een horizontale of verticale reeks foto’s. Lightroom laat die dan ‘samensmelten’ tot één samengestelde, langgerekte foto, de panorama. Daarvoor dienen de foto’s uit de reeks elkaar wel gedeeltelijk te overlappen en qua belichting niet teveel van elkaar te verschillen.

HDR (High Dynamic Range) zijn foto’s met een veel groter dynamisch bereik dan normaal.  Bij HDR worden foto’s samengevoegd van hetzelfde onderwerp maar met verschillende belichtingen. De belichtingsmeter van de camera geeft bijvoorbeeld een belichting aan van 1/500. Dan maak je daarnaast nog een foto met 1/125 en een met 1/2000. Je hebt dan een reeks opnames met respectievelijk 0, +2 en -2 stops belichting (een normaal belichte foto, een overbelichte foto en een onderbelichte foto).  Vaak hoef je dit niet eens handmatig te doen omdat de camera er een optie voor heeft (Bracketing). Het idee is dat de overbelichte foto detaillering in de schaduwen bevat die de normaal belichte foto niet bevat. De onderbelichte foto bevat detaillering in de hoge lichten die de normale foto niet heeft. Wanneer je ze dan samenvoegt heb je alle detaillering tot je beschikking, daar waar je normale foto ‘dichtgelopen’ schaduwen zou hebben gehad en ‘uitgevreten’ lichte partijen.
Van belang bij HDR is wel dat camera niet te veel verschuift tussen de verschillende afzonderlijke opnames. Bovengenoemde bracketing optie is dan handig omdat je dan de hele serie foto’s kunt maken zonder je oog van de zoeker te halen. Met bracketing kun je een HDR reeks dan ook vaak uit de hand maken. Wanneer je de instellingen telkens handmatig moet wijzigen zul je over het algemeen wel een statief nodig hebben.

Nieuwe foto!
Bij zowel HDR als Panorama genereert je dus een nieuwe foto. Een DNG bestand dat nog niet eerder bestond. Je begon met bijvoorbeeld 3 foto’s en nadat je ze samenvoegt (met bijvoorbeeld Lightroom maar er zijn talloze andere mogelijkheden) heb je er een vierde bij. Het is dus niet zo dat de foto’s ‘echt’ worden samengevoegd, de afzonderlijke foto’s blijven als zodanig bestaan en er komen dus alleen nieuwe bij; de HDR’s en Panorama’s.
Nu heb je, voordat je een HDR of Panorama gaat genereren, wellicht al bewerkingen toegepast op één of meerdere ‘bron’foto’s. Dan is het de vraag wat daarvan mee zal komen naar de HDR of Panorama die (mede) met deze foto tot stand is gekomen. Het korte antwoord is dat zeker niet alles meekomt. Daar zijn verschillende redenen voor en die variëren per situatie. Jeffrey Friedl, maker van veel Lighroom plugins (link) heeft één en ander uitgezocht Ik heb zijn bevindingen aangevuld met mijn eigen screenshots:

 
HDR
Veel mensen vragen zich af hoeveel foto’s er nodig zijn in een serie (bracket) voor een HDR samenvoeging. Volgens de ontwikkelaars van Adobe heb je aan twee belichtingen voldoende mits die drie stops of minder uit elkaar liggen (-1,5 stop en + 1,5 stop). Is de afstand groter dan heb je meer opnames (belichtingen) nodig. De richtlijn is:
  • van -1.5 tot 1.5 = 2 opnames
  • van -3.0 tot 3.0 = 3 opnames
  • van -4.5 tot 4.5 = 4 opnames
  • van -6.0 tot 6.0 = 5 opnames





HDR en Panorama ontwikkelinstellingen
De ontwikkelinstellingen worden niet altijd op dezelfde manier overgenomen tussen de foto’s in een HDR of Panorama reeks:

Bij een panorama worden er geometrische veranderingen toegepast op het eindresultaat. Daarom worden de geometrische instellingen van de foto’s die de panorama vormen zoals lens correcties en transformaties (upright) niet meegenomen in het eindresultaat (Behalve ‘rand verwijderen’ in het penseelgereedschap).

Bij HDR wordt het dynamisch bereik groter gemaakt dan de oorspronkelijke opnames en daarom worden de primaire instellingen die daar invloed op uitoefenen (zoals belichting, contrast, hooglichten, schaduwen, witte tinten en zwarte tinten) niet overgenomen van de ‘bronfoto’s’ naar het HDR resultaat. 
De instellingen die niet over worden genomen (ze worden gereset) vanuit de bronfoto’s (bij zowel HDR als Panorama’s ) zijn:
  • Lokale correcties
  • Rode ogen
  • Upright (transformatie)
  • Uitsnijbedekking (Crop)




Instellingen die (op genoemde uitzonderingen na) wel meekomen vanuit de bronfoto’s zijn:
  • Basis paneel (behalve de primaire instellingen voor HDR zoals hierboven genoemd)
  • Kleurtintcurve paneel (HDR niet, Panorama wel)
  • HSL/Kleur/Zwart-wit paneel
  • Gesplitste tinten paneel
  • Details paneel
  • Lenscorrecties paneel (HDR wel, Panorama alleen ‘rand verwijderen’)
  • Effecten paneel
  • Camerakalibratie paneel (behalve procesversie, die moet altijd de recentste zijn voor HDR)
  • Vlekken verwijderen tool (alleen voor panorama’s)