vrijdag 5 juni 2020

Wijzigingen wegschrijven naar XMP of niet?

Er is vaak discussie over deze vraag en er zijn zowel voor- als tegenstanders.
Als eerste maar even ingaan op wat XMP nu precies is:

XMP staat voor Extensible Metadata Platform en dat is een metadata-framework voor gegevens over foto's. Concreet kan dit een zogenaamde ‘sidecar’ bestand zijn (een separaat bestand) bij RAW foto’s als NEF, RAF, CR2 e.d. Het kan echter ook een sectie IN de header van fotoformaten als DNG, JPG, TIFF, PSD zijn. De gegevens die in XMP worden opgeslagen zijn ontwikkel instellingen, sterwaarderingen, kleurlabels, trefwoorden e.d.

Waarom zouden we deze gegevens überhaupt willen wegschrijven naar XMP?

  1. Wijzigingen beschikbaar maken voor andere programma’s
  2. Als onderdeel van de back-up strategie
  3. Wijzigingen overbrengen van de ene catalogus naar een andere 

Wijzigingen beschikbaar maken voor andere programma’s

Wanneer we foto’s aanpassen in een beeldbewerker dan worden die veranderingen meestal niet direct op de foto toegepast maar als ‘instructie’ bijgehouden in de database van dat programma. De volgende keer dat je dan die foto opent worden die ‘instructies’ (bijvoorbeeld dat je hem zwart/wit hebt gemaakt en er trefwoorden aan toe hebt gevoegd) toegepast en getoond. Je ziet dus het beoogde eindresultaat:

Er is een maar en dat is dat dit alleen geldt wanneer je deze foto opent vanuit de applicatie waarmee je de veranderingen hebt gemaakt. Mocht je dezelfde foto vanuit de verkenner (windows) of finder (apple) opzoeken en openen in een viewer of een andere programma, dan zie je al deze wijzigingen niet. Bovenstaande foto bijvoorbeeld:

Nu kennen al deze programma’s daar een eenvoudige oplossing voor en dat is dat je de foto kunt exporteren, dat wil zeggen dat je een kopie van de foto krijgt inclusief alle beoogde aanpassingen. Voor de meeste toepassingen is dit afdoende omdat je invloed kunt uitoefenen op de kwaliteit en bestandsformaat waarmee de export plaatsvindt.

Toch is dit soms niet voldoende en wil je het oorspronkelijke bronbestand gebruiken maar wel met de aanpassingen die je hebt aangebracht. Zoals gezegd staan deze in principe in de database van het programma dat je gebruikt en kun je daar niet zondermeer bij. In die situatie kun je echter de veranderingen naar XMP wegschrijven. Bij RAW bestanden betekent dit dat er een apart bestand wordt gecreëerd met dezelfde naam als de foto met de exentie .xmp:
Deze XMP bestanden worden ook wel sidecar bestanden genoemd.

NB: Bij DNG bestanden en niet-RAW bestanden worden er geen XMP sidecar bestanden gegenereerd maar wordt de data in het fotobestand zelf opgeslagen in zogenaamde XMP sectie van de header.

De uitwisselbaarheid van de gegevens die in XMP is opgeslagen valt momenteel nog wat tegen. Vaak is dit beperkt tot applicaties van dezelfde leverancier. Programma’s van andere leveranciers kunnen vaak maar beperkt iets met de informatie. Zie hiervoor ook mijn ervaringen met de migratietool van ON1.

Als onderdeel van je back-up strategie

Sommigen hanteren XMP als onderdeel in hun back-up strategie. Het idee daarachter is dat wanneer de catalogus verloren gaat ze in ieder geval al hun bewerkingen en dergelijke veilig hebben gesteld buiten de catalogus. Hoe sterk dit argument is mag iedereen voor zichzelf bepalen want als je een goede back-up hebt van je foto’s dan neem je de catalogus daarin ook mee lijkt me. Gaat een catalogus verloren dan plaats je die gewoonweg terug uit een back-up.

Wijzigingen overbrengen van de ene catalogus naar een andere

De mutaties die je in de ene catalogus hebt aangebracht worden normaal gesproken niet getoond wanneer je dezelfde foto opent via een andere catalogus. Dat is overigens één van de redenen om met zo weinig mogelijk verschillende catalogi te werken, het liefst maar één maar dit terzijde. Wanneer je tóch goede argumenten hebt voor meerder catalogi én je hebt een overlap voor wat betreft de foto’s daarbinnen dan zou je XMP kunnen gebruiken als vehikel om de gegevens te transporteren.

Zijn er ook nadelen?

Als je een DNG workflow hanteert dan heeft het wegschrijven van je gegevens naar XMP het nadeel dat altijd het fotobestand wordt gewijzigd. Behalve dat elke schrijfactie naar het oorspronkelijke bestand een risico met zich meebrengt (in principe raak ik m’n fotobestanden nooit aan) triggert de wijziging ook de back-up. Stel dat ik aan 1000 vakantiefoto’s het trefwoord ‘vakantie’ toevoeg dan worden alle 1000 foto’s á 50 Mb opnieuw meegenomen in de eerstvolgende back-up en dan moet er weer 50 Gb over het lijntje. In het geval van een sidecar bestand van (minder dan) 10 Kb zouden we het over minder dan 10 Mb hebben gehad.

XMP sidecar bestanden hebben verder als nadeel dat ze in dezelfde folder moeten staan als het fotobestand waarbij ze horen. Dat vraagt enige aandacht en beheer.

Een derde nadeel is dat XMP niet alle wijzigingen bevat die je op de foto hebt toegepast. Wanneer je Lightroom gebruikt bijvoorbeeld komen de volgende zaken niet mee naar XMP: 

  1. Ontwikkelhistorie (alleen het eindresultaat van alle doorlopen stappen komt mee)
  2. Verzamelingen, verzamelingensets en slimme verzamelingen
  3. Virtuele kopieën
Een vierde nadeel is dat, wanneer je 'wijzigingen automatisch naar XMP opslaan' hebt aangevinkt (dit is een instelling die standaard uit staat), dit invloed kan hebben op de performance. Dit vanwege de continue schrijfacties naar het bestandssysteem bij iedere schuifbeweging.

Conclusie:

Wijzigingen wegschrijven naar XMP kan in sommige situaties nodig zijn maar het is zeker niet nodig om het standaard aan te zetten. Je kunt het namelijk altijd nog doen wanneer je het nodig hebt.

vrijdag 1 mei 2020

Wild fotograferen, esthetiek versus ethiek

Op Instagram, Flickr en andere (social) media zie je vaak de mooiste foto’s van wild voorbijkomen maar dankzij Paul Bertner vraag ik me wel steeds vaker af hoe die foto’s eigenlijk zijn gemaakt. 
Zijn persoonlijke ontboezemingen op ‘The Con in Conservation’ bijvoorbeeld openden mijn ogen voor wat betreft menselijke tussenkomst en hoe dieren eigenlijk worden beïnvloed.

Eigenlijk wist ik natuurlijk wel dat er een glijdende schaal bestaat, helemaal als het gaat om commerciële organisaties die fotosafari’s organiseren maar ik ben me er nu wel meer van bewust. Uiteraard wil iedereen de mooiste foto’s van wilde dieren maar hoe ver mag je daarin gaan? Mag je het geluk afdwingen?
De voorbeelden die Paul aanhaalt stuiten mij in ieder geval tegen de borst; een slang langdurig vasthouden en zo neerleggen totdat de compositie en belichting precies goed is of insecten meenemen om later bij de lodge te fotograferen met een uitgebreide flitsinstallatie. Esthetiek ging in die voorbeelden duidelijk boven de ethiek terwijl de betreffende organisaties die juist beweren na te leven/streven.

Met de nieuw opgedane kennis voel ik dan ook de behoefte om er iets mee te doen en daar past de oproep van Paul om verantwoording af te leggen goed bij. Hij is daarvoor in 2017 het Ethical Exif initiatief gestart op facebook, later nader uitgewerkt op zijn blog.

Ethical Exif houdt in dat je transparant bent over de situatie waaronder een foto is genomen. De betreffende informatie is kort en bondig en wordt als watermerk op je foto gepubliceerd, vergelijkbaar met wat vaak gedaan wordt met Exif gegevens zoals brandpuntsafstand, sluitertijd e.d. Vandaar ook de naam ‘Ethical Exif’. Deze informatie wordt dus openlijk getoond op de foto en dus expliciet NIET verborgen in de metagegevens van de foto. Die kan namelijk verloren gaan tijdens het delen terwijl dit bij een watermerk veel minder snel/gemakkelijk gaat.

Paul geeft zelf geen norm aan, over wat goed is en wat niet. Dat verandert namelijk voortdurend en met de inzichten van vandaag zijn zaken fout die gisteren nog goed waren. Het enige wat je wél kunt doen is duidelijkheid verschaffen over de omstandigheden waaronder een foto is gemaakt, dan kan de kijker zelf beoordelen of hij dat goed of fout vindt.

Tenslotte: Als kijker heb je invloed op het gedrag van fotografen door de likes die je uitdeelt op social media. Als het gedrag van de fotograaf niet in overeenstemming is met je eigen normen zul je dat minder snel stimuleren dan wanneer je het niet weet.

De elementen die Paul heeft geïdentificeerd als zowel relevant als belangrijk zijn als volgt:

1) 🄷 - Gezondheidsschaal / stressniveaus (schaal 1-9 met ☠️, de dood van het subject in plaats van 10)

2) 📷 – Gefotografeerd op de plaats waar het subject is gevonden

3) 🖐- Manipulatie van het onderwerp (in het veld of in een studio), dit symbool komt dan in plaats van 📸

4) ⏳ - tijd in gevangenschap

5) 👣 - translocatie (vastleggen, transporteren en vrijgeven van een onderwerp van de ene locatie naar de andere)

6) 🎨 - Gebruik van klonen of uitgebreide nabewerking

7) ↺ - Beeldrotatie

8) - Afspelen van geluiden (voornamelijk gebruikt in vogelfotografie, de wetenschap heeft momenteel geen uitsluitsel over de langetermijngevolgen voor gedrag)

Criteria voor de gezondheidsschaal waarmee de numerieke 🄷-waarde wordt bepaald:

🄷1 - Het onderwerp is zich niet bewust van de aanwezigheid van de fotograaf, houdt zich bezig met normale, ongestoorde activiteiten.

🄷2 - Het onderwerp is op de hoogte van de aanwezigheid van de fotograaf, maar negeert of is gewend aan de aanwezigheid van de fotograaf en vertoont normaal gedrag.

🄷3 - Het subject is op de hoogte van de aanwezigheid van de fotograaf en past zijn gedrag als gevolg daarvan aan (geen onmiddellijk lichamelijk letsel).

🄷4 - Fotograaf houdt zich bezig met het onderwerp bijv. Manipulatie van positie, translocatie naar een studio-omgeving, enz. Maar zonder fysiek bewijs van schade aan het onderwerp.

🄷5 - Defensieve stressreactie Bijv. Opvallend / defensief gapend

🄷6 - Fysiologische respons die het verlies van fitheid op korte termijn beïnvloedt, bijv. braken, tonische onbeweeglijkheid.

🄷7 - Fysiologische respons die het verlies van fitness op de middellange termijn beïnvloedt zoals het verlies van ledematen en andere fysieke schade (herstelbaar).

🄷8 - Onmiddellijke catatonie of niet reageren op manipulatie, langdurig verlies van fitheid - Heropleving en gedeeltelijk herstel na zorg en stressvrije omgeving.

🄷9 - Onmiddellijk niet reageren op manipulatie, gedeeltelijke opwekking maar met permanent verlies van fitheid.

☠️ - Dood van onderwerp

Een voorbeeld van een foto die ikzelf gemaakt heb waarin een dier duidelijk gemanipuleerd werd is hierboven ingevoegd. Het betrof een Piranha die in Peru door onze gids werd gevangen om ons te laten zien. Hij werd ter plekke uit het water gehaald en misschien een halve minuut boven water gehouden en daarna weer teruggezet. Vandaar een camera (gefotografeerd op de plaats waar hij werd gevonden) en 🄷4 omdat het dier duidelijk gemanipuleerd werd voor wat betreft zijn positie maar omdat hij snel weer teruggezet werd hoogstwaarschijnlijk geen schade.


Mochten de gehanteerde symbolen niet goed leesbaar zijn op deze blog dan kun je hier een PDF downloaden van dit artikel.

woensdag 1 april 2020

Consistent waarderen


Ik schreef al meerdere malen over het (ster)waarderingssysteem zoals in 2015 maar daarvoor ook al in 2009. In die artikelen ging het vooral over het waarom en dat is eigenlijk onveranderd. 


Over het hoe heb ik ook wel het één en ander geschreven maar waar ik ditmaal op wil ingaan is de consistentie die nodig is bij het waarderen van je foto’s. Dat je niet vandaag andere criteria hanteert dan volgende week of vorig jaar.

De criteria die ik sinds 2015 gebruik heb zijn als volgt: 


Zoals ik toen uit heb gelegd zijn mijn criteria niet beter of slechter dan die van iemand anders. Mocht je over het hoe en waarom willen weten, neem dan vooral even de blog van 2015 door.

Belangrijk voor nu is om vooral je eigen afwegingen te maken en dus zelf je criteria bepalen. Pas die dan echter wel consequent toe!

Het helpt dan bijvoorbeeld om het lijstje uit te printen en aan je beeldscherm te hangen. Wanneer je Lightroom gebruikt om je foto’s te beheren is er een leuk alternatief om jezelf eraan te herinneren welke criteria je hanteert en dat is het ‘Eindmarkering deelvenster’*: 


Je kunt daar namelijk zelf een .PNG bestand neerzetten. 

Tot nog toe heb ik daar nooit echt een goede toepassing voor gevonden maar als geheugensteun voor het consequent toepassen van je sterwaardering is het ideaal en het scheelt weer een papiertje aan je monitor!

Wanneer je rechts klikt in het geel omcirkelde gebied krijg je een contextmenu. Kies daar voor ‘Eindemarkering deelvenster’ en dan voor ‘Naar map Eindemarkeringen deelvenster’: 


De verkenner opent dan met de folder ‘Panel End Marks’ geselecteerd. Open die vervolgens: 

In dit voorbeeld staan er al een aantal .PNG bestanden in de folder maar in de meeste gevallen zal de folder leeg zijn. Zet hier nu een .PNG bestand neer (zoals dit voorbeeld van mij).

Vervolgens kun je in Lightroom onder ‘Eindemarkering deelvenster’ en dan ‘Naar map Eindemarkeringen deelvenster’ het betreffende bestand selecteren. Die wordt dan vervolgens in Lightroom op die plek getoond.

Download hier eventueel mijn.psd bronbestand om je eigen bestand te maken. Sla het resultaat op als .PNG en zet die in bovengenoemde folder.

* Helaas werkt dit op de Mac niet meer vanaf Catalina.







zondag 1 maart 2020

Het Lightroom HSL/Kleur paneel

Bij het nabewerken van je foto’s in Lightroom biedt het HSL/Kleur paneel (In de ‘Ontwikkelen’ module) belangrijke opties die niet altijd even goed begrepen worden. Toch is het niet zo ingewikkeld.

HSL is Engels voor ‘Hue, Saturation and Luminance’ maar deze afkorting wordt niet alleen gebruikt in de Engelstalige interface maar ook in de Nederlandstalige. Daarin komt het dus niet overeen met waar het voor staat: Kleurtoon, verzadiging en Luminantie. Het paneel had dus beter (ook) vertaald kunnen worden naar KVL/Kleur :)

Met behulp van het paneel kun je verschillende kleuren onafhankelijk van elkaar beïnvloeden op kleurtoon, verzadiging en luminantie. En hoewel het dus specifiek over kleurbeïnvloeding gaat is het paneel ook erg handig voor mensen die met zwart wit werken. Daarover later meer.

Als eerste ga ik even in op waar de drie begrippen voor staan:

KLEURTOON
Dit is het lastigste begrip van de drie denk ik maar wellicht helpt het om aan een regenboog te denken.
In een regenboog lopen de kleuren in elkaar over. Ergens in het ‘midden’ van de ene kleur is het duidelijk om welke kleur het gaat, bijvoorbeeld geel. Ga je nu naar links of rechts dan kom je dichter bij oranje of groen maar zo lang het nog geen oranje of groen is, is het dus nog steeds geel maar dan met verschillende kleurtonen. Dus is het geel van je foto wat te groen dan kun je het met de kleurtoon aanpassen naar wat meer oranje of andersom. Hetzelfde principe geldt voor alle overige kleuren.

VERZADIGING
Hierbij denk ik altijd aan een pot met (neutraal) grijze verf. Wanneer ik daar een beetje blauw bij doe dan is de verzadiging minimaal. Wanneer ik er net zo veel blauw bij doe als grijs, dan neemt de verzadiging toe. Het betreft dus als het ware de intensiteit van de kleur. Als je de verzadiging van een kleur naar -100 brengt wordt het een grijstint. En als je de verzadiging van alle kleuren naar -100 brengt krijg je een zwart/wit foto. Omdat je met het HSL paneel voor iedere individuele kleur dit kunt aanpassen krijg je controle over de sfeer van een foto. Intense kleuren worden vaak als vrolijk beschouwd terwijl minder intense kleuren vaak als wat somberder worden gezien.

LUMINANTIE
Het woord Luminantie staat letterlijk voor helderheid maar dat begrip heeft binnen Lightroom een andere betekenis dus dit kan verwarrend zijn. Het gaat hier om het lichter of donkerder maken van een kleur. Een praktisch voorbeeld is de lucht. Die is blauw en vaak wil je de lucht iets donkerder maken zonder de rest van de foto te beïnvloedend. Nu, dan kun je de dus het eenvoudigst de luminantie van blauw wat terugbrengen.

TWEE INGANGEN 
Zoals je ziet kun je de kleuren aanpassen op Kleurtoon, verzadiging en luminantie, daarvoor klik je op de titel van het paneel op het woord ‘HSL’:

Andersom kun je ook de kleurtoon, verzadiging en luminantie aanpassen op kleur, dan klik je op ‘Kleur’:
In beide gevallen doe je eigenlijk precies hetzelfde maar dan met een iets andere ‘invalshoek’. De meeste mensen die ik ken kiezen één van beide invalshoeken en werken dan altijd van daaruit.

KLEURENKIEZER
Dit is een heel handig tooltje! Het is wat verborgen en daarom kennen veel mensen het dan ook niet. Je kunt er heel nauwkeurig de kleur selecteren die je in je foto wilt aanpassen. Dit doe je door het tooltje simpelweg aan te klikken en dan op de betreffende plek in de foto te zetten. Dan hoef je niet meer te gokken of het nu geel is of groen wat je aan moet passen. 

Wanneer je de tool eenmaal op de plek hebt neergezet dan klik je met de linkermuisknop en houdt die ingedrukt terwijl je de muis omhoog of omlaag beweegt. Nu verandert de Kleurtoon, luminantie of verzadiging, afhankelijk van je hebt gekozen. In het voorbeeld hierboven is dat luminantie. Je schuift omhoog of naar beneden totdat het je naar de zin is en laat dan de muisknop weer los. In het HSL paneel kun je zien welke waardes nu precies zijn gewijzigd en hoeveel

ZWART/WIT 
Zoals bij de intro aangegeven is het HSL paneel ook goed te gebruiken in combinatie met zwart/wit. Voorheen heette het paneel dan ook HSL/Kleur/Zwart-wit maar tegenwoordig (vanaf versie 8) verandert het paneel van naam wanneer je in het Standaard paneel kiest voor Zwart-wit:
Het ‘HSL/Kleur’ paneel staat er nu niet meer tussen maar heet nu ‘Zwart-wit’:
De schuifjes doen echter hetzelfde! Je ziet nu alleen de effecten gerepresenteerd worden in grijswaarden. (Dit werkt overigens alleen wanneer de foto’s zijn gemaakt in RAW).
Door de ‘helderheid’ van elke kleur selectief aan te passen kun je creatief de stemming van het beeld drastisch beïnvloeden.

EXPERIMENTEER!
Mensen die misschien wat geïmponeerd zijn door het HSL paneel adviseer ik om er gewoon eens mee te experimenteren! Op ieder moment kun je namelijk weer opnieuw beginnen door de knop ‘Opnieuw instellen’ te klikken:
Lightroom werkt namelijk niet-destructief! Daardoor verlies je geen kwaliteit en loop je geen enkel risico. 

vrijdag 14 februari 2020

Derivatieven, wat zijn dat en bewaar je ze of niet?


Het eerste DAM book for photographers van Peter Krogh was een belangrijke inspiratiebron voor me toen ik digitaal ging fotograferen en mijn digitale omgeving moest inrichten. Een onderwerp echter waar ik lang moeite mee heb gehad om volledig te doorgronden was ‘derivatieven’ of ‘afgeleiden’ in het Nederlands. De naam zegt natuurlijk al wel iets over de aard van dit soort bestanden maar toch ook weer niet genoeg. Je kunt er namelijk vanuit verschillende perspectieven naar kijken:

Perspectief 1 Gebruik

Als je een foto hebt gemaakt in RAW dan kun je daar in het dagelijks gebruik maar beperkt iets mee. Wanneer je de foto wilt delen met iemand anders dan doe je dat meestal als JPG bijvoorbeeld. Wil je de foto op een website plaatsen dan gebruik je wellicht PNG en zorg je ervoor dat hij niet te groot is. Dit zorgt ervoor dat de foto sneller zichtbaar wordt op de computer of telefoon van de bezoeker. Door het kleine formaat is hij bovendien minder interessant om te stelen, vooral wanneer de foto daarnaast voorzien is van een watermerk. Wanneer je een foto wilt (laten) afdrukken dan vraagt dit juist weer wat andere ingrepen om de uiteindelijke afdruk er zo optimaal mogelijk uit te laten zien. Kortom, voordat je het in de gaten hebt, heb je diverse varianten en versies van dezelfde foto. Heel vaak zul je deze afgeleide bestanden niet hoeven te bewaren en te beheren omdat je ze heel snel opnieuw kunt maken wanneer je ze weer eens nodig hebt. Eerder verdedidgde ik dit standpunt al eens in dit artikel ‘Minimaliseer afgeleide bestanden’.

Perspectief 2 Beheer

Als je een foto hebt gemaakt in RAW dan is dat een ‘plat’ bestand die eerst nog moet worden ‘ontwikkeld’. De basis ontwikkelzaken kun je vaak doen met het programma waarmee je je foto’s beheert maar wanneer je iets specifieks wil moet je vaak uitstapjes maken naar programma’s als Photoshop. Op dat moment creëer je een nieuw bestand omdat het originele RAW bestand niet aangeraakt zal worden door het betreffende programma. Non-destructive editing wordt dit principe genoemd en vrijwel alle programma’s die met RAW bestanden kunnen werken, hanteren dit principe. Het originele bestand wordt niet bewerkt maar een afgeleide ervan, vaak in TIF formaat.

Vaak zul je de nodige tijd hebben gestoken in dit soort specifieke bewerking en daarom zul je het nieuwe bestand dan waarschijnlijk ook willen bewaren. Deze afgeleide bestanden zou ik dan wel weer toevoegen aan je catalogus. In de naamgeving van het bestand kun je duidelijk maken waarom het gaat hoewel ik de oorspronkelijk naam er zelf altijd deel van uit laat maken (voorbeeld: RM_20200207_155240_MASTER.TIF).

Toen ik net begon met digitaal fotograferen was dat in JPG. Later, toen ik kennis maakte met RAW ging ik fotograferen in RAW+JPG omdat ik het oude nog niet echt los durfde te laten. Na de overstap naar alleen fotograferen in RAW bleef ik al m’n foto’s aan het eind van m’n workflow (zie stap 17 in dit artikel) omzetten naar JPG omdat ik er om de één of andere reden vanuit ging dat dat het beoogde eindproduct moest zijn. Nu weet ik dus beter en ben ik er een stuk selectiever in geworden.

zondag 5 januari 2020

Terugblik op 2019

Een overzicht van alle artikelen van het afgelopen jaar op deze blog plus een download van alle historie terug tot aan 2008.

Een terugblik op alle artikelen van het afgelopen jaar inclusief dit (downloadbaar) document met een overzicht (en links) van alle artikelen vanaf 2008.

Kort artikel met veel links naar eerder gepubliceerde artikelen. Dit in de vrijmibo stijl van geenstijl.

FEBRUARI 2019
Voorbeelden van toepassingen op dit moment. Bijvoorbeeld om foto’s te vinden zonder dat die voorzien zijn van trefwoorden. Een tweede voorbeeld is de esthetische beoordeling door de computer. In het onderzoek naar de algoritmes hiervoor speelt de Riemann hypothese een grote rol

MAART 2019
Het artikel van vorig jaar geactualiseerd en een nieuwe whitepaper gemaakt (versie 2019).

APRIL 2019
Hoe bepaal je welke foto's hoger gewaardeerd moeten worden dan de andere?

De Lightroom Migration Tool van ON1 aan de tand gevoeld (en nog niet goed genoeg bevonden)

JUNI 2019
Een vervolg op het artikel van juni 2015 waarin de boodschap van destijds iets is afgezwakt. Soms is een spiekbrief misschien toch wel handig...

JULI 2019
Mijn ervaring met de recent uitgebrachte Codec van Microsoft.


Een vervolg op juni 2017 met twee concrete voorbeelden ten gunste van een DAM

AUGUSTUS 2019
Mijn ervaringen met een geïntegreerde oplossing nadat ik in 2014 overgestapt ben van best-of-breed.

SEPTEMBER 2019
Toelichting op het preferencebestand en hoe je hem kunt resetten.

OKTOBER 2019
Een Excel sheet met alle plug-ins die mij bekend zijn plus een korte beschrijving. Tevens als download beschikbaar gesteld.

NOVEMBER 2019
Grondige uitleg van slimme verzamelingen plus voorbeelden.

DECEMBER 2019
Puget heeft net een Benchmark gepubliceerd (Beta 0.8). Mijn eerste ervaringen.

Voor de mensen die m’n blog volgen en eens een artikel terug willen zoeken heb ik een index gemaakt met een vergelijkbaar overzicht als dit maar dan tot aan 2008. Dit overzicht kan hier gedownload worden.