vrijdag 1 september 2017

Zijn mijn argumenten voor het DNG-formaat ‘FUD’?

Kortgeleden kreeg ik van een collega fotograaf het verwijt dat ik aan FUD doe bij de discussie over het gebruik van het DNG formaat (VolgensWikipedia is FUD een afkorting voor Fear, Uncertainty, and Doubt. In het Nederlands: 'Angst, Onzekerheid en Twijfel').

Een belangrijk onderdeel in mijn Foto workflow is het DNG formaat en daarover schreef ik verschillende malen op deze blog. Het verwijt dat ik kreeg was dat ik (o.a) niet-steekhoudende argumenten zou gebruiken (en die daarom FUD zouden zijn).
Op zich had mijn gesprekspartner gelijk dat bepaalde argumenten beter zijn dan andere maar ik bedrijf geen politiek en ik heb ook geen belangen in Adobe. Mijn voorkeur voor DNG is puur gedreven vanuit de overtuiging dat er meer voordelen dan nadelen aan zitten en dat is een optelsom van veel verschillende zaken.

Mijn belangrijkste argument is dat DNG mijn volledige workflow een stuk eenvoudiger maakt. Dat werkt niet alleen sneller maar het elimineren van handmatige tussenstappen geeft ook veel minder kans op fouten en daarmee het risico op verlies of beschadiging van je foto’s. Dit argument werd overigens valide bevonden door mijn gesprekspartner maar de volgende twee argumenten werden als FUD beschouwd:

Het validatiemechanisme
Met de DNG validatie optie in Lightroom kun je periodiek checken of al je bestanden nog goed zijn (mits dat DNG bestanden zijn). Mocht er ergens een bit zijn ‘omgevallen’ dan toont Lightroom je het betreffende bestand. Je kunt dan een back-up terugzetten van het betreffende bestand en aanvullend onderzoek doen naar waarom de corruptie heeft plaatsgevonden (is je harde schijf aan het overlijden bijvoorbeeld?).
Het argument waarom dit FUD zou zijn was dat validatie op zich je bestanden niet tegen data-corruptie beschermt. Daarom zou het geen extra beveiliging zijn, corrupte bestanden zouden bovendien geen andere bestanden besmetten.

Nu, met beide stellingen ben ik het oneens. Data corruptie ontdek je niet zo snel, vooral niet wanneer je duizenden foto’s hebt. Het is onmogelijk om die periodiek allemaal even te openen om te zien of ze nog goed zijn. Een geautomatiseerde optie zoals Lightroom die biedt geeft je in een paar minuten zekerheid dat alle foto’s nog onbeschadigd op je computer staan. Ik heb er een gewoonte van gemaakt om deze check uit te voeren voor iedere back-up. Hiermee voorkom ik dat beschadigde bestanden (wat formeel gezien gewijzigde bestanden zijn en daarmee in aanmerking komen om geback-upt te worden) naar de back-up gaan. In het geval je voor je back-up gebruik maakt van een eenvoudig synchronisatieprogramma overschrijft dan het foute bestand het goede bestand en zou je dus kunnen zeggen dat je een besmetting hebt. Dat is dan meteen het antwoord op het tweede tegenargument. Weliswaar maken ‘echte’ back-up programma’s gebruik van versiebeheer en loopt het niet zo’n vaart met deze ‘besmetting’ maar het is wel zo dat over het algemeen niet oneindig veel versies worden bewaard. Op een gegeven moment vervalt je goede bestand dan en hou je alleen een corrupte versie over in je back-up.

Vandaar dus dat het DNG validatiemechanisme een zeer belangrijke schakel is in mijn workflow. Alleen vanwege het bestaan van dit mechanisme durf ik te vertrouwen op een volledige magnetische back-up. Voorheen maakte ik zo snel mogelijk nadat de foto’s waren overgezet naar de computer (en goed waren bevonden) een kopie naar DVD (en later BlueRay) disks. Dit zijn WORM media (Write Once, Read Many), wanneer een foto op je computer op een bepaald moment corrupt raakt, dan beïnvloed dat zo’n kopie nooit. Helaas hebben deze optische schijven hun eigen nadelen en bovendien was het erg arbeidsintensief. Daarom was ik erg blij dat DNG validatie kwam!

M’n gesprekspartner vond dat wanneer je er na 5 jaar achter komt dat een foto corrupt is dat dit niet zo erg is omdat je hem dan alsnog terug kunt zetten vanaf een back-up. Zoals hierboven uiteengezet gaat dit alleen op bij oneindig versiebeheer. In de praktijk is dit nooit het geval en ben je de foto kwijt.

Het tweede argument dat als FUD werd beschouwd was de ondersteuning voor bestandsformaten. Camerafabrikanten hanteren allemaal hun eigen (legacy) formaten en mijn argument was dat je daar op een bepaald moment last van kunt krijgen omdat het betreffende formaat bijvoorbeeld niet meer ondersteund wordt. Hij bracht daartegen in dat je op dat moment de betreffende bestanden altijd nog om kunt zetten naar DNG. Feitelijk is dat juist natuurlijk maar ook hier moet je dan wel tijdig ‘ontdekken’ dat je met niet-ondersteunde bestandsformaten zit. In het geval van (semi)professionele fotografen is dit risico beperkt omdat die precies weten hoe het zit. Anders is het echter met derden die deze bestanden in handen krijgen (bijvoorbeeld na overlijden van een fotograaf). Een oproep van iemand in een forum maakte me hier attent op. Hij had foto’s van een Kodak DC40 toestel uit 1996 die hij niet kon openen in de gangbare softwarepakketten. Mijn opponent gaat ervan uit dat, wanneer je wilt dat je erven foto’s krijgen, je ze geen ‘negatieven’ moet geven maar JPG of TIF-bestanden. Daar kan ik deels in mee gaan was het niet dat ikzelfk wel erg blij was met de (fysieke) dia’s en negatieven die m’n (groot)ouders hebben nagelaten (naast hun fotoboeken uiteraard). Ik kan daar tegenwoordig veel meer mee dan zij destijds. Vermoedelijk zal dat met mijn digitale negatieven (DNG’s) niet anders zijn straks. Ik wil het m’n nageslacht zo gemakkelijk mogelijk maken door ze één open gedocumenteerd formaat te geven. 

Jullie mogen het zeggen, is dit FUD?

Geen opmerkingen: